28 Feb 2017

Zuid-Afrika deel 10 Kgalagadi Transfrontier Park

Vanuit Namibie arriveren wij bij Mata Mata, één van de restcamps van het immens grote Kgalagadi Transfrontier Park en tevens een minuscuul grenspostje. De enige beambte van de grenspolitie zit aan een aftands bureautje in de receptie van het kamp. Omdat wij waarschijnlijk de eerste auto zijn die deze dag de grens passeert (en misschien ook wel de laatste), vindt hij het duidelijk zijn plicht om zijn taak serieus op te vatten. Na het uitgebreid bestuderen van ons paspoort, geeft hij aan dat hij de auto aan een inspectie wil onderwerpen.'You have firearms?', vraagt hij hoopvol. Dat spaart hem eventueel een hoop tijd. Na ons ontkennende antwoord vraagt hij ons het achterportier te openen. Zijn oog valt op de gitaar en gelijk verschijnt er een brede glimlach op zijn gezicht. 'You play guitar? Ah music, good, nice! ' Het portier kan weer dicht en de Uzi's en Kalashnikovs blijven onondekt in de bagageruimte.

Onze verwachtingen van het Kalahari gebied waren beelden van droge rode zandduinen, een verzengende hitte en drinkplaatsen waar dorstige Springbokken ten prooi vallen aan razendsnelle Cheeta's. Er is echter de laatste dagen een abnormale hoeveelheid regen gevallen en de woestijn is onwaarschijnlijk groen. Zo groen hebben wij het hier nog nooit gezien, vertellen wat doorgewinterde Kalaharibezoekers. Prachtig, natuurlijk, maar het maakt het spotten van roofdieren een hoop lastiger. Wij overwinnen met onze 4x4 menig stuk ondergelopen zandweg om bij een 'waterhole' te kijken, maar de dieren hebben een ruime keus aan allerlei alternatieven. Weliswaar zijn ze volgens de parkregels verplicht van de officieel daartoe aangewezen drinkplekken gebruik te maken, maar het anarchistische zootje antilopen stoort zich daar niet aan. Ze laten zich tenminste nog wel zien, de Gemsbokken en Hartebeesten. Zelfs de Gnoe's. De Leeuwen niet. De Cheeta's ook niet. En daar komen we voor.

Is het hier diep?

Elke ochtend staan wij om half zes op om onze ochtend 'game drive' te doen. Dat levert nog best mooie dingen op, hoor. Veel roofvogels, zoals de Tawny Eagle en de Bateleur. Allebei mooie arenden, maar geen vrienden. We aanschouwen diverse schermutselingen. Dagelijks zien wij ook de Pale Chanting Goshawk, de Zanghavik. We horen regelmatig zijn repertoire, maar ik moet zeggen dat ik weinig van z'n nummers ken. Dat is waarschijnlijk wederzijds.

Bateleur en Tawny Eagle
Pale Chanting Goshawk

We maken kennis met twee Zuid-Afrikaanse journalisten op leeftijd, die er sinds jaar en dag een gewoonte van maken samen een bezoek te brengen aan het Kgalagadi park. Zij kennen dus alle ins en outs en alle routes. Opgewekt vertellen zij ons de volgende avond dat zij 5 Cheeta's hebben gezien. Dat niet alleen, ze waren ook getuige van een 'kill'. Voor het eerst in 40 jaar. We krijgen meteen de foto's te zien. Ik ben niet gek op journalisten. 'En jullie? Niks? What a pity. Wacht maar tot jullie naar Nossob gaan. Lots of predators there.' Waarschijnlijk werken ze voor Die Kaapse Telegraaf. Wij zien ook heus wel bijzondere dieren. Grondeekhoorns. Niks mis mee.

Ground Squirrel

 

Zien we dan helemaal geen 'predators'? Dat blijkt in deel 11......

 

3 comments:

  1. Wat een geweldige reis maken jullie !!!
    Enjoy .... x

    ReplyDelete
  2. De techniek van de ironisch schrijven wordt uitgebreid met een waarlijk voor het eerst gebruikte stijlfiguur; de cliffhanger!!!!! Ik ben benieuwd naar de preview van deel 11 .................

    ReplyDelete
  3. Dit is nog eens iets anders dan een twee buizerds in Arkemheen! Wat een schitterend beest die bateleur!

    ReplyDelete