28 Feb 2017

Zuid-Afrika deel 10 Kgalagadi Transfrontier Park

Vanuit Namibie arriveren wij bij Mata Mata, één van de restcamps van het immens grote Kgalagadi Transfrontier Park en tevens een minuscuul grenspostje. De enige beambte van de grenspolitie zit aan een aftands bureautje in de receptie van het kamp. Omdat wij waarschijnlijk de eerste auto zijn die deze dag de grens passeert (en misschien ook wel de laatste), vindt hij het duidelijk zijn plicht om zijn taak serieus op te vatten. Na het uitgebreid bestuderen van ons paspoort, geeft hij aan dat hij de auto aan een inspectie wil onderwerpen.'You have firearms?', vraagt hij hoopvol. Dat spaart hem eventueel een hoop tijd. Na ons ontkennende antwoord vraagt hij ons het achterportier te openen. Zijn oog valt op de gitaar en gelijk verschijnt er een brede glimlach op zijn gezicht. 'You play guitar? Ah music, good, nice! ' Het portier kan weer dicht en de Uzi's en Kalashnikovs blijven onondekt in de bagageruimte.

Onze verwachtingen van het Kalahari gebied waren beelden van droge rode zandduinen, een verzengende hitte en drinkplaatsen waar dorstige Springbokken ten prooi vallen aan razendsnelle Cheeta's. Er is echter de laatste dagen een abnormale hoeveelheid regen gevallen en de woestijn is onwaarschijnlijk groen. Zo groen hebben wij het hier nog nooit gezien, vertellen wat doorgewinterde Kalaharibezoekers. Prachtig, natuurlijk, maar het maakt het spotten van roofdieren een hoop lastiger. Wij overwinnen met onze 4x4 menig stuk ondergelopen zandweg om bij een 'waterhole' te kijken, maar de dieren hebben een ruime keus aan allerlei alternatieven. Weliswaar zijn ze volgens de parkregels verplicht van de officieel daartoe aangewezen drinkplekken gebruik te maken, maar het anarchistische zootje antilopen stoort zich daar niet aan. Ze laten zich tenminste nog wel zien, de Gemsbokken en Hartebeesten. Zelfs de Gnoe's. De Leeuwen niet. De Cheeta's ook niet. En daar komen we voor.

Is het hier diep?

Elke ochtend staan wij om half zes op om onze ochtend 'game drive' te doen. Dat levert nog best mooie dingen op, hoor. Veel roofvogels, zoals de Tawny Eagle en de Bateleur. Allebei mooie arenden, maar geen vrienden. We aanschouwen diverse schermutselingen. Dagelijks zien wij ook de Pale Chanting Goshawk, de Zanghavik. We horen regelmatig zijn repertoire, maar ik moet zeggen dat ik weinig van z'n nummers ken. Dat is waarschijnlijk wederzijds.

Bateleur en Tawny Eagle
Pale Chanting Goshawk

We maken kennis met twee Zuid-Afrikaanse journalisten op leeftijd, die er sinds jaar en dag een gewoonte van maken samen een bezoek te brengen aan het Kgalagadi park. Zij kennen dus alle ins en outs en alle routes. Opgewekt vertellen zij ons de volgende avond dat zij 5 Cheeta's hebben gezien. Dat niet alleen, ze waren ook getuige van een 'kill'. Voor het eerst in 40 jaar. We krijgen meteen de foto's te zien. Ik ben niet gek op journalisten. 'En jullie? Niks? What a pity. Wacht maar tot jullie naar Nossob gaan. Lots of predators there.' Waarschijnlijk werken ze voor Die Kaapse Telegraaf. Wij zien ook heus wel bijzondere dieren. Grondeekhoorns. Niks mis mee.

Ground Squirrel

 

Zien we dan helemaal geen 'predators'? Dat blijkt in deel 11......

 

27 Feb 2017

Zuid-Afrika deel 9 Fish River Canyon

Wij beginnen aan wat we zien als het hoogtepunt van onze reis: de trip naar het noorden. Hiertoe ruilen wij onze huurauto in voor een 4x4, een Toyota Hilux Double Cab. We krijgen uitgebreide uitleg over het gebruik van de '4-wheel drive', de koelkast met 2e accu en de dubbele benzinetank. Eén van 60 liter en één van 80 liter. Allebei helemaal vol. 'De bezinemeter begint pas te zakken als één van de twee helemaal leeg is en dan heb je dus nog een volle tank te gaan voordat een bezoek aan het tankstation nodig is' legt de opgewekte verhuurder uit. Het is een waar monster en wij voelen ons echte avonturiers als wij de eerste kilometers daarin afgelegd hebben. Voor de echte Zuid-Afrikaan is een dergelijk 'bakkie' dagelijkse kost, maar voor ons allerminst. We nemen overal voorrang, geven tegenliggers geen centimeter ruimte en lachen om snelheidsbeperkingen.

Blits met de Britz

 

We vragen ons wel af wat dat rare bord betekent met die doorgestreepte 'S' betekent. Misschien einde snelheidsbeperking. Als we weer een dergelijk bord tegenkomen stoppen wij daar even om het aan een lokale voetganger te vragen. Het blijkt een stopverbod aan te geven. Zo steken we steeds weer interessante dingen op. Ook interessant is het feit dat de benzinemeter al snel een dalende lijn inzet. Voordat wij Namibie inrijden rijden we toch maar even een tankstation binnen. 'Fill her up with diesel, please', roep ik enthousiast. Ja, voor hetzelfde geld gooien ze er limonadesiroop in. De meter begint te lopen en stopt pas na 128 liter. Er is duidelijk maar één tank gevuld geweest. Ontstemd bel ik het verhuurbedrijf en krijg nog wat gesputter over het wisselende verbruik en de 'dirt roads'. Ik moet maar even een fotootje maken van de kilometerstand en het tankbonnetje bewaren. Ze zullen nog wel zien. Ik gooi er nog een boze email overheen, en dan krijg ik toch een excuus berichtje terug plus de belofte dat dit geregeld wordt als ik de auto weer inlever.

We rijden Namibie binnen. Dat is nog niet zo simpel. Via een ingewikkelde constructie van looproutes, waar wij bij verschillende loketten dezelfde informatie dienen in te vullen krijgen wij tenslotte een stempel in ons paspoort. Na betaling van entreegeld uiteraard. Hoewel dat niet veel is zet het kennelijk een behoorlijke rem op het aantal bezoekers aan Namibië. Wij komen namelijk de eerste 100 kilometer niemand meer tegen. En dat op een eindeloos lange rechte weg met aan weerszijden helemaal niets. Droog, kaal, dor, ik zou het geen landschap durven noemen. Na een paar uur verlaten we de goed geplaveide weg en slaan een zandweg in. Nog 98 kilometer 'dirt road'. Maar ja een 4x4 en een dubbele, gevulde tank. Eitje.

 

Fish River Canyon, in Zuid-Namibie schijnt te zijn ontstaan door schuivende aardlagen, dus we rijden wat voorzichtiger dan voorheen. Het is een imposant gezicht, de diepe kloven met ver beneden ons een kronkelende bruine rivier. Bij het voornaamste uitzichtspunt is het aanvankelijk nog stil, maar dan komt de eerste bus aan. Duitse toeristen op een dagtochtje vanuit Windhoek. Foto's nemen, wandelingetje van 10 minuten naar uitzichtspunt 2 en dan de bus weer in voor de 3 uur durende terugtocht. Nog een paar jaar, dan mag ik daar ook aan meedoen. Heerlijk!

Fish River Canyon

 

Onze accommodatie ligt geweldig in een rotsige omgeving, waar zonder probleem de volgende western kan worden opgenomen. Aangenaam zwembadje, vriendelijk personeel. We hebben B&B geboekt, maar die beperking is slechts theoretisch bedoeld. Het dichtstbijzijnde restaurant is zo'n twee uur rijden. Dat is een eind terug na het eten. We schakelen dus naadloos over op vol pension, zoals iedereen die daar verblijft.

Nu dan eindelijk op weg naar het Kgalagadi Transfrontier Park, het fantastische natuurreservaat dat groter is dan het Kruger en waarin we ons tegoed gaan doen aan Leeuwen en Cheeta's. Of zij aan ons, dat bekijken we nog even. We hebben nog één tussenstop in Namibie in Keetmanshoop. De tegenstelling met ons vorige verblijf kan niet groter zijn. Shabby is de beste omschrijving. Het eten is niet slecht overigens. Wij krijgen Springbok geserveerd om ons vast een beetje in de Cheeta te verplaatsen. Ze hebben daar trouwens enkele Cheeta's, waarvan we geheel kosteloos het voederen kunnen bijwonen. Dat slaan we even over. In plaats daarvan bewonderen wij de talrijke Rosy-faced Lovebirds. Hierbij gaat het niet om mede-toeristen die te lang in de zon gezeten hebben, maar om kleine papegaaitjes. In de avond maken we de fout de buitenverlichting een tijdje te laten branden. Een grote groep insecten, van vaak afschrikwekkend groot formaat houdt onze deur bezet. Slechts met groot vertoon van macht en gezwaai met overhemd slagen wij er in binnen te komen. De deur gaat tot de volgende ochtend niet meer open.

Rosy-faced Loverbirds

 

18 Feb 2017

Zuid-Afrika deel 8 Rondom Kaapstad

Met zus en zwager bestijgen wij Chapman's Peak per auto en genieten van het wonderschone uitzicht. Hoog boven Hout Bay zien wij de toeristenboten naar Duiker Island varen om daar de talrijke zeehonden te bewonderen. Wij doen dat niet. Voorlopig hebben wij boot genoeg gezien.
J

Wij zoeken de dag daarna onze weg naar de Kirstenbosch Botanical Garden, ongetwijfeld één van de mooiste botanische tuinen ter wereld. Vooral als alles in bloei staat, het geen nu niet het geval is. Bij het oprijden van de parkeerplaats beseffen wij dat wij niet de enigen zijn, die deze dag hebben uitgekozen voor een bezoek. Gelukkig is de tuin enorm, dus de drukte doet zich niet zo voelen. Wij krijgen een plattegrond mee, waarop met cijfers de verschillende tuinen staan aangegeven. De 'Protea Garden', het Fynbos', het staat er allemaal duidelijk op. Mogelijk is er weinig contact geweest tussen de makers van de folder en de aanlegploeg van de tuin, want daar staan alleen maar letters aangegeven. Een aantal daarvan wordt ook nog dubbel gebruikt, want met zesentwintig letters ben je gauw uitgepraat. Maar we zien uiteindelijk wel de Orange-breasted Sunbird, ergens bij de F

We hebben nog drie dagen voordat wij onze auto gaan inruilen voor onze tocht naar het noorden. Nog even een stukje luxe dan. We vinden een mooie lokatie: een comfortabele cottage op een wijnboerderij met uitgestrekte landerijen.

De cottage komt inclusief hond. Een lieverd van het formaat kalf, maar wel erg opdringerig en hij verstaat slecht Engels en ook nauwelijks Afrikaans. 'Af, Braaf', 'Jij Moe Nie Slobber Nie', 'Down, you Moron' en 'Go Fuck Yourself' worden allemaal even goedmoedig genegeerd. Heerlijk relaxed beest.
Een deel van het land is gebruikt voor het uitzetten van Zebra's, Elandantilopen en Springbokken. Wij krijgen zelfs een heuse 'game drive' aangeboden om ze te gaan zien. Ederick, een jonge enthousiaste ecoloog, die pas sinds kort op het landgoed werkt, neemt ons mee in zijn landrover. Het dierentuingehalte is hoog, maar het enthousiasme van de gids vergoedt veel. Als hij onze interesse voor vogels ontdekt, vraagt hij gelijk om advies over het plaatsen van een schuilhut. Ik opper de mogelijkheid om dat bij een watertje te doen, maar dat valt af. Er is geen water. Hij bedenkt wel wat. Op ons tochtje zien wij één Slangenarend en verder geen enkele vogel. Maar de schuilhut gaat er komen, wacht maar. Als wij terug zijn print hij nog even zijn hele proefschrift over de ecologische bedreigingen van de Red Lark uit, één van die onidentificeerbare leeuweriksoorten, waarvan ik hoop dat ze snel op de rode lijst komen. Het is een degelijk stukje werk. Wij nemen het in de koffer mee, uiteraard. Op onze volgende lokatie zijn we vergeten het opnieuw in te pakken. Dat is wel weer jammer voor Ederick.

12 Feb 2017

Zuid-Afrika deel 7 Fishhoek (de zee op)

Van de idyllische rust in de Tides Lodge naar de drukte rond Kaapstad. Wij hebben een Selfsorg Akkomodasie geboekt in Fishhoek, op het Kaapse schiereiland. Omstreeks 4 uur arriveren wij in het plaatsje, tezamen met redelijk wat anderen, die zich na het werk per auto vanuit Kaapstad naar hun suburb spoeden. Dat 'spoeden' dienen we hier met een korrel zout te nemen. Het is even zoeken naar onze plek, maar het uitzicht daar doet ons de drukte een moment vergeten. Tot we boodschappen gaan doen. Per slot van rekening is het selfsorg en dan moet je eten in huis halen. De supermarkt, een Pick and Pay (ik vind dat een beetje raar: of je pikt het of je betaalt, maar niet allebei) is slechts een kilometertje hier vandaan. De heenweg gaat nog wel, maar terug komen wij opnieuw in een stroom Kaapstadvluchtelingen terecht. Over het kilometertje doen wij zo'n 40 minuten. We voelen ons ongelooflijk thuis hier.

Uitzicht Fishhoek

 

De volgende dag staat een zogenaamde pelagische tocht op het programma. Met een boot de volle zee op om daar albatrossen te gaan zien. Er is geen garantie dat de tocht doorgaat, want het waait vaak flink rond de Kaap. Daar kan de VOC over meepraten. We krijgen een mailtje dat het vanwege de voorspellingen 'touch and go' is, of we echt gaan. Maar om 5 uur komt het verlossend woord: it giet oan. Om 7 uur 's ochtends melden wij ons op de kade in Simon's Town. Aan de pier ligt een piepklein bootje 'Obsession' genaamd. We nemen wat foto's van onszelf en het bootje om aan de familie te appen. Kijk eens waarmee wij de zee op gaan? Een grap gaat er altijd in bij ons. Dan zien wij een ander bootje aankomen van exact hetzelfde formaat. De 'Destiny'. Wacht even, dat was toch de naam, die in de mail vermeld stond? Zeker, een grap is leuk, maar dit gaat wel ver.

De 'Destiny' (What's in a name...?)

 

Er is geen ontkomen aan. Zes vogelaars, een gids en de kapitein gaan aan boord en we steken van wal. De kapitein geeft ons een korte uitleg van de werking van het zwemvest en bergt dat vervolgens op een veilige plaats weg. We kunnen hem altijd om de sleutel vragen. Het eerste uur varen we door False Bay en dat voelt al redelijk onstuimig. Als we buitengaats gaan, varen we eerst door een ondiepte, waar de golven van overal tegelijk lijken te komen. 'We call this bit the washing machine', verklaart de kapitein opgewekt. Dan de Atlantische oceaan op. De golven zijn behoorlijk hoog en een Amerikaanse lotgenoot dumpt zijn ontbijt overboord. En later zijn lunch. En wat hij verder nog binnen heeft. Een grote groep dolfijnen zwemt en springt een tijdje met ons mee en af en toe vliegt er een stormvogel, de White-chinned Petrel, langs. Dan ontwaren we aan de horizon een vissersboot. Dat is waar we op hebben gewacht. Als we in de buurt komen, zeilt er een enorme Albatros langs. De Shy Albatross, volgens de gids.

Shy Albatross

 

Mijn eerste albatros ooit en wat een fantastisch gezicht, deze majestueuze vogel, met een vleugelwijdte van zo'n twee-en-halve meter. Het meest spectaculaire beeld komt als de trawler zijn netten binnenhaalt. Grote zwermen zeevogels, aangevuld met wat zeehonden, verzamelen zich om zoveel mogelijk visjes mee te pikken. De gids toont ons wel vier verschillende albatros soorten en diverse andere stormvogels. We kunnen behoorlijk dichtbij komen, maar fotograferen vanuit een hevig deinende boot is een hele uitdaging.

Indian Yellow-nosed Albatross

Op de terugweg raakt de gids extra enthousiast bij het zien van een 'Spectacled Petrel', een zeldzame stormvogelsoort. 'Our bird of the day', roept hij geëmotioneerd. De Amerikaanse jongeman kotst instemmend zijn laatste kruimels overboord. Na zeven uur hotsen en botsen meren wij weer aan. Het herstel gaat even duren, maar wat een tocht!

Spectacled Petrel

 

9 Feb 2017

Zuid-Afrika deel 6 Tides Lodge

Het afscheid van ons B&B in Wilderness betekent ook het (voorlopige) afscheid van de andere familieleden. Wij zeggen de Turaco's, Robin Chats, Forest Canaries en Sunbirds gedag en wachten even tot Sue en Phil , geheel zonder koffers, ook het trapje afgedaald zijn. Sue's nieuwe heup geeft haar daarbij een duidelijke voorsprong op Phil. Elke gast zwaaien zij hoogstpersoonlijk uit.

Greater Double-collared Sunbird

Het eerste gedeelte van de route, langs de N2 is weinig interessant. De snelheidsbeperkingen in Zuid-Afrika zijn heel helder. Hoe smaller de weg, hoe harder je mag. Met 120 km/u scheuren wij over een tweebaansweg langs hordes voetgangers en het lijkt mij niet dat we veel geraakt hebben. Af en toe staat er iemand enthousiast met een oranje vlag te zwaaien. Ik ken het schema van het Nederlands Elftal niet uit mijn hoofd, maar ik dacht niet dat ze nu een oefenwedstrijd hadden tegen "Bafana Bafana". Als wij genoeg afremmen om de borden langs de weg te kunnen lezen blijkt dat zij ons waarschuwen voor wegwerkzaamheden. Waarschijnlijk om de weg te versmallen.

Wij slaan af om ons op zo'n 40 kilometer 'dirt road' te storten. Het landschap om ons heen is droog en onafzienbaar. Het territorium van leeuwerik en kraanvogel. De leeuweriken zijn niet mijn favoriet. Ze zijn allemaal bruin. De ene soort onderscheidt zich enkel van de andere door een streepje meer of minder of een kuifje. Waarbij de veldgids dan vermeldt dat die vaak niet zichtbaar is. De kraanvogel is een ander verhaal. De mooiste kraanvogel van Zuid-Afrika is de 'Blue Crane', tegelijk de nationale vogel. Een elegante verschijning. Het mannetje doet zijn best om die elegantie te benadrukken door een soort onbeholpen dans uit te voeren, met wat stro in zijn snavel. Uitslover.

Blue Crane

Uiteindelijk brengt de dirt road ons op een oase temidden van dit dorre landschap. Onze cottage heeft een terras met een majestueus uitzicht op de Breede Rivier. Wij worden verwelkomd door twee 'Fish Eagles, Kingfishers' en 'Blacksmith' Kieviten. Wat een plek. We verzuimen 's avonds de ramen goed dicht te houden, waar een groep vliegende mieren dankbaar gebruik van maakt. Ik snap niet dat mieren zo nodig moeten vliegen. Als je zoveel poten hebt. We hebben gelukkig een klamboe. Alleen even niet op blote voeten het bed uit.

Uitzicht Tides Lodge
 
Blacksmith Lapwing
Blacksmith Lapwing

De volgende dag bezoeken wij De Hoop National Park. Uiteraard weer een twintigtal kilometers dirt road, maar daar laten wij het gas niet meer voor los. Eerst een vorstelijke capuccino met carrot cake in het restaurant en dan maken wij een wandeling langs de 'vlei'. Nee, geen vallei, maar een een baai met steile rotswanden. Aangenaam en rustig tot het moment dat mijn altijd attente echtgenote achter mij roept: 'pas op, een slang!' Een boze Cobra, met zijn imposante platte kop, heeft zich opgericht, maar besluit toch af te zien van een confrontatie. Ik kan ook behoorlijk boos kijken. Ik maak er een gewoonte van om elke reis tenminste één keer op een gifslang te stappen en dat hebben we nu dus weer achter de rug. De rest van de wandeling voert ons langs Bontebokken en Elandantilopen, die ons redelijk dichtbij laten naderen. Ze zijn prachtig en niet giftig, voorzover ik weet.

Bontebok
Eland

 

8 Feb 2017

Zuid-Afrika deel 5 Wilderness

Een prachtige rit via de R62 voert ons naar het plaatsje Wilderness, gelegen aan de befaamdeTuinroute. Het B&B dat we daar geboekt hebben noemt zichzelf een 'Birder Friendly Accommodation'. Dat ben je in Zuid-Afrika niet zomaar. Daarvoor moet je aan strenge criteria voldoen, zoals een boekenplank vol veldgidsen, een uitgebreide kennis van het lokale vogelleven en een tuin, waarin dit lokale vogelleven te bewonderen is, zodat de gasten geen vermoeiende tochten hoeven te ondernemen. Nou, ons B&B scoort hoog. In de boom voor de veranda hangt een fiks aantal voederplankjes, aangevuld met suikerwaterflessen voor de vogels met een lastig dieet. Als wij aankomen worden wij enthousiast begroet door Sue, de 70-jarige vrouw des huizes. Wij maken aanstalten onze koffers het trapje op te tillen naar de kamer. Sue roept haastig dat Phil daar straks voor gaat zorgen. Hij doet even zijn middagdutje, maar hij wordt hoogstwaarschijnlijk wel weer wakker en dan komt het helemaal in orde. Wij slaan het aanbod af en brengen onze koffers toch zelf naar boven. Nou ja, ik zeg 'we', maar mijn echtgenote doet het zware werk. Ik geef haar wel 10 rand natuurlijk. Of 5, je moet de markt niet verpesten hier. Wij ontmoeten Phil wat later, terwijl hij schuifelend thee voor ons neerzet. Hij heeft zijn resterende jaartjes aan ons te danken, al beseft hij dat niet.

Sue heeft inmiddels de voederplankjes bijgevuld, voor de maaltijd van 4 uur. Het resultaat is verbijsterend. Van alle kanten komen vogels aangevlogen en laten zich van een metertje afstand uitgebreid bewonderen. De show wordt gestolen door de Knysna Turaco, een felgroene vogel, met make-up en een kuif.

 


Maar andere vogels zijn voor de liefhebber net zo interessant. Het voelt wel een beetje goedkoop om hier de nieuwe soorten te zitten afvinken onder het genot van een kop thee met muffins, maar de ware vogelaar laat zich door zo'n kleinigheid niet weerhouden.

Cape White-eye
Swee Waxbill

De volgende dag brengen wij met de hele familie een bezoek aan de Big Tree. Dat is een boom van zo'n 850 jaar oud. Sue vertelt ons dat die nu wel ruim over de 900 moet zijn, want toen zij jong was, werd ook al gezegd dat de boom 850 was. Als we de boom uiteindelijk aanschouwen is de gelijkenis met Phil opmerkelijk. Gelukkig staan er rond de boom en op de uitgezette boswandeling een hoop bordjes, waarop duidelijk gemaakt wordt wat er nu weer vlak voor je uit de grond schiet. Heerlijk vind ik dat. Zelfs de jungles van Afrika worden langzaam maar zeker aantrekkelijk gemaakt voor de leergierige natuurvorser.

 

 

2 Feb 2017

Zuid-Afrika deel 4 Terug in Montagu

We landen laat in de avond in Kaapstad en brengen de eerste nacht door in een chique betonblok dicht bij het vliegveld. De volgende ochtend rijden we naar de plek waar we zo ruw en onverwacht vandaan werden gerukt, in Montagu. Nu in gezelschap van zus en zwager, die hun geplande reis naar Bali omgeboekt hebben om dichter bij de familie te blijven. Mooi toch? En het is toch rotweer in Bali.

Landschap bij Montagu

Wij worden meer dan hartelijk welkom geheten in Montagu en de gitaar is nog in goede staat. Elsje en Johan, de eigenaren van de boerderij, nodigen ons uit voor een braai bij hen thuis. 'Only basic' zegt Elsje, om ons gerust te stellen. Basic betekent diverse salades met alle ingredienten uit eigen tuin, een stuk vlees, waar Albert Heijn alleen maar van kan dromen en een uitgekiend Zuid-Afrikaans wijntje. Basic duurt ook van 6 uur tot half 12. De gitaar speelt hierbij een essentiele rol. Eerst via een aantal goed gezongen oldies door de Hollandse delegatie en later instrumentale klassiekers van Johan. Hij heeft les van Youtube.

Wij hebben inmiddels ook een lijst gekregen met alle vogels, die op het landgoed zijn waargenomen. Achter elke vogelnaam staat een vakje, dat aangekruist kan worden door de gast. Plichtsgetrouw noteren we elke vogel die we zien. Je weet nooit of er controle volgt, natuurlijk. En Zuid-Afrika is niet een land waar je de regels aan je laars lapt. De Karoo Scrub Robin, de Karoo Prinia, de Cape Sparrow. Allemaal vrij saai en bruin, maar ze passen naadloos in het landschap.

Karoo Scrub Robin

In het dorp zelf bezoeken we een meertje, dat in beslag genomen is door hele groepen reigers en ibissen. Heilige Ibissen, dat dan weer wel.

Sacred Ibis

Als we na twee dagen afscheid nemen, hebben Elsje en Johan het niet makkelijk. 'You have a home in Africa', geeft zij ons mee. En zo voelt het ook.