14 Jun 2017

Hongarije voor de liefhebber

Wij bevinden ons in Hongarije, een eind voorbij Boedapest. We hebben een onderkomen geboekt op een voormalige boerderij in het oosten van het land, tussen het Bükk gebergte en de Hortobagy. Een vogelgebied bij uitstek, befaamd om de vele spechten, Appelvinken en de majestueuze Keizerarend. Deze laatste moet het helaas zonder kennismaking met ons stellen. We hebben heus een tijd naar hem uitgekeken, maar hij kwam niet opdagen. Dan moet hij het zelf maar weten. De accommodatie wordt gerund door een Nederlandse bioloog en zijn Hongaarse echtgenote. Wij zijn niet de enige gasten: er is een groep Nederlanders neergestreken voor een fotocursus. Regelmatig komen wij ze tegen op onze dagtochten. Terwijl wij onbekommerd een voetpad volgen richting steppe, krijgen zij de strenge instructie door de knieën te zakken, diafragma 11 of 16 te kiezen, een stop overbelichting in te stellen en daarna het histogram te bestuderen. De cursusleider, een cynische vijftiger genaamd Eppo, gaat vervolgens op zijn gemak tegen een boom zitten om zijn leerlingen in de gaten te houden.

Bij de avondmaaltijd zien wij de groep weer terug. Eppo blijkt niet alleen deskundig op het gebied van fotografie. De cursisten hebben net een geanimeerd gesprek over ziektes en kwalen tijdens het nuttigen van de heerlijke Hongaarse ovenschotel als de leider ingrijpt.

'Weet iemand eigenlijk wat homeopaatsie is?' Hij kijkt vorsend rond. Eén onvoorzichtige cursist mompelt iets over 'de hele mens', maar Eppo kapt dat ferm af. 'Kijk, zegt hij, als ik één aspirientje neem en dat breek ik dan in heel kleine stukjes. Echt heel klein.' Met zijn duim en wijsvinger geeft hij aan dat het inderdaad maar om een armzalig restantje van een aspirine gaat. 'En dan neem ik één zo'n stukje en dat gooi ik in een emmer water. Nee, in een badkuip vol water. Nou dat vind je dan nooit meer terug'. Hij kijkt even rond of iemand hem tegen gaat spreken, maar de cursus duurt nog tot het eind van de week. ' Dat is nou homeopaatsie. Je kunt het medicijn op geen enkele manier meer terug vinden, maar het zou dan nog wel werken. Het water zou dan de eigenschappen van de aspirine overnemen. Homeopaatsie. Telkens als ik zo'n dokter Vogel hoor, denk ik, man wat een oplichterij.' De kans dat hij dokter Vogel nog gaat horen is vrij klein, want die is reeds twintig jaar geleden overleden, maar voor Eppo is hij springlevend. Een oudere cursist valt hem bij. 'Dus het is misschien wel suggestie. Hoe noemen ze dat ook weer? Een plaaseeboo. Misschien is het wel een plaaseeboo.' Zijn certificaat fotografie komt wel goed. De leider knikt hem welwillend toe. Het groepsgesprek kabbelt nog wat door over levenseinde en donorregistratie, maar de spirit is er uit.

Middelste Bonte Specht

Wijzelf hebben het prima naar onze zin. In de vroege morgen fotograferen we geheel zonder instructie spechten en ander spul vanuit een schuilhut in de tuin, 's middags wandelen we in de heuvels en bij het diner hebben we gezelschap van twee gezellige Zweden. Zij zijn hier voor de vlinders. 'What a strange group at the other table', is ook hen opgevallen. Dat zou dokter Vogel ook vinden, maar daar had hij vast een placebo voor.

Appelvink

 

Grote Bonte Specht
Boomklever

 

16 May 2017

Kemphanen in vele soorten

Na alle avonturen in het verre zuiden, richten we nu onze blik op het noorden. Niet zo extreem hoor, met de auto naar het Lauwersmeer gebied. Het is een eind rijden naar Groningen. Dat duurt behoorlijk lang. Bijna net zo lang als de paspoortcontrole op Schiphol, maar we mogen wel gewoon ons eigen flesje water mee. En het is de moeite waard. Door de telescoop bekijken we twee enorme zeearenden, die ver weg paniek veroorzaken onder de watervogels. Talloze eenden en steltlopers bevinden zich op het water en de slikken aan de Friese kant van het Lauwersmeer. Te ver weg voor een behoorlijke foto, maar alleen al het zien is fantastisch.






Er is eigenlijk maar één goede plek daarginds om te fotograferen. Een schuilhut aan de zuidkant van het gebied. Maar ja…. Nederland is een dichtbevolkt land. Gemiddeld 8,6 bezoeker per vierkante schuilhut. En die staan er al als wij binnenkomen, dus wij schroeven het gemiddelde flink op. De drie beste plekken, met direct uitzicht op het eilandje voor de hut, worden ingenomen door serieuze fotografen. De linker twee hebben een telelens met best een aardig bereik, maar daarnaast staat het echte werk. Een full-frame body (zowel de camera als de fotograaf) en een 600mm kanon, dat dreigend door het kijkgat naar buiten steekt. Zij staan er al een heel aantal uren, zo blijkt uit hun onderlinge conversatie. Voor de Kemphanen. Die zijn nu op hun mooist met kragen in allerlei tinten en heel af en toe waagt een enkel exemplaar zich tot dicht bij de hut. Nu even niet. een passerende slechtvalk heeft de meute opgejaagd en ze zijn een eind verder neergestreken.

Ik vind nog een stalles plekje aan de zijkant en installeer mij met mijn eigen foto apparatuur. Ik zeg nog even zachtjes dat er aan de linkerkant een Bosruiter staat, maar er volgt geen reactie. De ware professional praat niet met volk beneden de 500mm. Het staat ook te bezien of ze überhaupt een Bosruiter zouden herkennen. Waarschijnlijk menen ze dat het om een mythisch wezen uit In de Ban van de Ring gaat. En daar hoeven ze geen foto van.

De Professional gaat even naar buiten om zijn vrouw te bellen. Het geschut blijft achter om de plek bezet te houden. Het geheel doet denken aan een Duitse badgast met handdoek. Tot mijn vreugde landen er juist dan twee Kemphanen op het eilandje en scharrelen een aantal minuten rond binnen schootsafstand. Prachtig! 





Ze zijn net weer gevlogen als de Professional terugkeert. Hij laat zich niet kennen. ‘Ik heb ze er al mooi opstaan. Vanmorgen zaten ze heel dichtbij’, gromt hij knarsetandend tegen zijn buren. Ik klik een aantal malen een mooie bergeend, die zich aan de rechterkant baddert in het ondiepe water. De Professional schampert zachtjes iets over ‘wat die nou weer aan het fotograferen is’. Zijn discipelen knikken instemmend. Slechts een amateur schiet plaatjes van een Bergeend.



Dan komt er nog een fotograaf binnen. Weer zo’n enorme lens. Een andere bezoeker zegt vol ontzag:’ maar u bent toch…’. Gevolgd door de naam van een bekend vogelfotograaf. De man knikt minzaam. Dan wurmt hij zich zonder een woord tussen de Professional en mijzelf en legt zijn kanon op een rijstzak in het kijkgat.. Een Bekend Fotograaf heeft nu eenmaal recht op de beste plek. Ik heb nog een klein stukje zonlicht over en een nog kleiner stukje van de bank als hij zijn stevige zitvlak laat zakken naast mij. Hij probeert, ongetwijfeld tot verbazing van de Professional, ook nog een paar plaatjes van de Bergeend te maken, waarbij zijn lens mij elk uitzicht op buiten ontneemt. Met enige moeite draait hij zijn geschut weer terug naar het terroristengebied. Geen ‘mag ik even’, geen ‘pardon’, geen ‘dank u’. Dat hoeft een Bekend Fotograaf ook niet. Zijn blik op de wereld werpt hij slechts door zijn zoeker. Dan krijg je de beste foto’s. 

5 Mar 2017

Zuid-Afrika deel 12 Het eind in zicht

Nossob is een aardig restcamp, ook al met een eigen 'hide', die uitkijkt op een kleine drinkpoel. 's Avonds zien we daar in het halfduister hoe een Verraux's Eagle Owl (een heel forse Oehoe) een grote prooi bemachtigd heeft. Op een boomstronk gezeten heeft hij zijn klauwen gezet in iets dat op een Zwarte Ooievaar lijkt. Al lijkt op dit tijdstip natuurlijk alles op een Zwarte Ooievaar. Het arme slachtoffer beweegt eerst nog wel, maar niet heel lang meer. Fascinerend om te zien, al is het te donker om met de camera vast te leggen.

Verder is de omgeving van Nossob nog natter dan bij Mata Mata. Als de grote plassen op de zandwegen een beetje beginnen op te drogen ontstaan er grote zuigende modderplekken. Wij vertrekken naar Kieliekrankie en dan Twee Rivieren, ons laatste restcamp in het zuiden van de Kgalagadi. Ik nader één van de moddersporen, schakel over op de 4x4 modus en maak een keuze. Het linker- en rechterspoor zien er even slecht uit, dus ik ga voor de linkerkant. Net zoals ik altijd de verkeerde rij kies bij de kassa van Albert Heijn pak ik nu het verkeerde spoor. Ons Toyotamonster komt vast te zitten in de modder en we kunnen geen kant meer op. Na een uur komt de eerste auto langs. Sorry, no cable, good luck! De auto verdwijnt via het rechterspoor aan de horizon. Mijn echtgenote schept wat modder weg bij de achterwielen, terwijl ik speur of zij niet belaagd gaat worden door een leeuw. Mijn camera ligt natuurlijk ook klaar. Ik kijk nog wel of ik eerst roep of eerst een foto neem. Het wegscheppen van de modder is een bijna onmogelijke klus, maar gelukkig komt er uiteindelijk een auto met sleepkabel en behulpzame inzittende. Hij bevestigt de kabel aan onze 'bull-bar' (no problem, I've done this before) en trekt ons los. Naar later blijkt trekt hij ook de bull-bar los, maar wij kunnen verder.

Kieliekrankie is een fantastisch gelegen wilderness camp. Uitzicht rondom op de rode duinen, nou ja nu even groene duinen, en slechts 4 huisjes. De handige kampbeheerder bedenkt een tijdelijke oplossing voor onze losse bumper. De bull-bar zit nu steviger vast dan ooit en we halen zonder problemen Kaapstad.

Vanuit Twee Rivieren maken een paar mooie ritten. We ontdekken twee leeuwen, man en vrouw, die kort daarvoor een gemsbok hebben gedood. Een grote prooi, waar ze nog niet aan zijn begonnen. Je zou zeggen dat ze daar wel even van moeten bijkomen, maar de leeuwin maakt plotseling avances en een snelle paring volgt. Ja, zo'n kans krijgt hij niet elk weekend. Een half uurtje later gewoon nog een keer, ondanks de gluurders met die telelens. Ze hebben duidelijk geen idee hoe link dat is, met Facebook.

In de middag besluiten we het stel weer op te zoeken, want ze zijn vast nog bij hun 'kill' in de buurt. Ik heb wel een ander T-shirt aangetrokken om niet gelijk herkend te worden als die vent van de foto's. Dat helpt en we krijgen ze van heel dichtbij te zien als ze zich, na een bezoek aan de drinkplaats, op de zandweg neerleggen.

Ons geluk kan niet op als we even later ook nog het cheeta gezin van 5 terugvinden. Eerst alleen een paar kopjes op afstand tussen het lange gras, maar dan besluit de hele groep onze richting op te lopen en voor onze auto het pad over te steken. Eén voor één lopen ze het duin op en verdwijnen uit zicht. Pas dan halen wij weer adem. Wat een belevenis.

De laatste avond in het Kgalagadi park boeken wij een zgn 'sunset drive'. Met een ranger achter het stuur van de safari landrover en vier medepassagiers vertrekken wij rond half 7 voor een rit, die tot bijna half 10 zal duren. Dat is flink langer dan gebruikelijk, wat voornamelijk te danken is aan de 2 jongemannen die achter ons zitten. Italiaanse piloten met ogen als een havik. Als het donker wordt krijgen zij beiden een spotlight toebedeeld. Keer op keer weten zij door de korte reflectie van een paar ogen de nachtelijke bewoners van de Kgalagadi te ontdekken. Afrikaanse wilde katten, Kaapse vossen, een genetkat, drie soorten uilen, het kan niet op. Ik boek voortaan bij Alitalia.

Spotted Eagle Owl

Onze vlucht terug naar Nederland echter gaat nog met British Airways. Ook niet verkeerd, trouwens. Vooral het ontbijt, waar wij om 4 uur 's ochtends voor wakker geschud worden. Een dienblaadje vol warmgestoomde kauwgom. Ontzettend leuk, in allerlei kleuren. Eén brok is zelfs helemaal geel gemaakt om een omelet na te bootsen. Net echt. We landen met een glimlach op onze lippen. En een lege maag. Terug in Nederland. Voorlopig.

 

3 Mar 2017

Zuid-Afrika deel 11 Kgalagadi vervolg

Op de ochtend dat we uit Mata Mata zullen vertrekken wordt mijn echtgenote om 5 uur wakker van gebrul. Hoewel de gedachte aan een leeuw wel even bij haar opkomt, denkt ze inwendig glimlachend: dat zal het heus niet zijn, hier midden in Afrika. Misschien een brommer of zo'. Tevreden draait zij zich weer om en slaapt verder. Als om 6 uur de wekker gaat (ja, af en toe even uitslapen is verstandig), klinkt opnieuw gebrul vlakbij. Wij schieten in de kleren en haasten ons naar de schuilhut bij de drinkplaats. En jawel, wij zien nog net 3 leeuwen weglopen van de poel, waar ze zich het afgelopen uur prachtig hebben laten bewonderen. Althans volgens de aanwezige enthousiastelingen, die wel om 5 uur opgestaan zijn. Maar goed, wel onze eerste leeuwen en ons huwelijk loopt geen blijvende schade op.

We vertrekken voor de lange rit naar Nossob. Op aanraden van onze bevriende journalisten verlengen we de route zelfs om bij de zuidelijke waterholes op zoek te gaan naar de cheeta's. De waterholes hebben allemaal een eigen naam, varierend van Dertiende boorgat tot Marie se draai. Aan de westelijke kant heeft een door heimwee overmande Schotse ingenieur getracht de Highlands naar de Kalahari te brengen door ze Dalkeith, Montrose of Kieliekrankie te noemen. Qua regenval krijgen wij zelf ook een beetje het Schotse gevoel.

Wij draaien het paadje naar Dalkeith in en opeens zien wij een indrukwekkend grote leeuw langs hetzelfde pad lopen. Voorzichtig stuurt mijn wederhelft de auto langs hem heen, zodat ik van slechts een meter afstand, door het open raam foto's kan maken, Mijn telelens is meer berekend op ver weg zittende vogels, dus ik krijg zo ongeveer alleen zijn linkeroog in beeld. Een oog dat mij hongerig aanstaart. Wij besluiten een stukje verder te rijden om hem even verder weer op te wachten. Als wij de bocht om komen staan er zeven stevige landrovers langs de kant opgesteld. Uit elk raam steekt een telelens, die de mijne doet verbleken. Zij hebben de leeuw al eerder zien aankomen en hebben zich tactisch gepositioneerd om een prijswinnende foto te maken als imposante dier langs hen loopt. In plaats daarvan kunnen zij plaatjes schieten van onze vervuilde Toyota. De leeuw is intussen achter onze auto het pad overgestoken en verdwijnt over een zandduin. Dat vinden zij wel jammer, blijkt uit de verhitte reacties die ons ten deel vallen. Wij hebben hem in elk geval van heel dichtbij bewonderd, dus tevreden tuffen wij verder.

Een tijdje later we vinden inderdaad de beloofde cheeta's, een vrouwtje met 4 al aardig opgroeiende welpen. Pubers, schatten wij in. Ze liggen namelijk een eind van de weg in de schaduw van een boom een beetje te chillen en de enige actie die we zien is dat er af en toe één zijn kop omhoog steekt. Het enige dat ontbreekt zijn de mobiele telefoons. Je hoort hun moeder denken:doe eens wat nuttigs, heb je geen huiswerk of zo. Dit moet dan het snelste landdier ter wereld zijn. We klagen niet, natuurlijk. Vjf cheeta's tegelijk zien, waar gebeurt je dat nog? Onze dag is al helemaal goed.

 

En dan heb ik het nog niet eens over de vogelrijkdom, die zich elke rit aan ons presenteert: Tawny Eagles, Snake Eagles, Lanner Falcons, Kori Bustards, Gabar Goshawks, allemaal in behoorlijke aantallen en soms van verrrasend dichtbij te fotograferen. Nou ja, niet zo dichtbij als de leeuw, maar je weet hoe aanhalig katten zijn.

Lanner Falcon
Kori Bustard (Kori Trap)
Brown Snake Eagle

 

28 Feb 2017

Zuid-Afrika deel 10 Kgalagadi Transfrontier Park

Vanuit Namibie arriveren wij bij Mata Mata, één van de restcamps van het immens grote Kgalagadi Transfrontier Park en tevens een minuscuul grenspostje. De enige beambte van de grenspolitie zit aan een aftands bureautje in de receptie van het kamp. Omdat wij waarschijnlijk de eerste auto zijn die deze dag de grens passeert (en misschien ook wel de laatste), vindt hij het duidelijk zijn plicht om zijn taak serieus op te vatten. Na het uitgebreid bestuderen van ons paspoort, geeft hij aan dat hij de auto aan een inspectie wil onderwerpen.'You have firearms?', vraagt hij hoopvol. Dat spaart hem eventueel een hoop tijd. Na ons ontkennende antwoord vraagt hij ons het achterportier te openen. Zijn oog valt op de gitaar en gelijk verschijnt er een brede glimlach op zijn gezicht. 'You play guitar? Ah music, good, nice! ' Het portier kan weer dicht en de Uzi's en Kalashnikovs blijven onondekt in de bagageruimte.

Onze verwachtingen van het Kalahari gebied waren beelden van droge rode zandduinen, een verzengende hitte en drinkplaatsen waar dorstige Springbokken ten prooi vallen aan razendsnelle Cheeta's. Er is echter de laatste dagen een abnormale hoeveelheid regen gevallen en de woestijn is onwaarschijnlijk groen. Zo groen hebben wij het hier nog nooit gezien, vertellen wat doorgewinterde Kalaharibezoekers. Prachtig, natuurlijk, maar het maakt het spotten van roofdieren een hoop lastiger. Wij overwinnen met onze 4x4 menig stuk ondergelopen zandweg om bij een 'waterhole' te kijken, maar de dieren hebben een ruime keus aan allerlei alternatieven. Weliswaar zijn ze volgens de parkregels verplicht van de officieel daartoe aangewezen drinkplekken gebruik te maken, maar het anarchistische zootje antilopen stoort zich daar niet aan. Ze laten zich tenminste nog wel zien, de Gemsbokken en Hartebeesten. Zelfs de Gnoe's. De Leeuwen niet. De Cheeta's ook niet. En daar komen we voor.

Is het hier diep?

Elke ochtend staan wij om half zes op om onze ochtend 'game drive' te doen. Dat levert nog best mooie dingen op, hoor. Veel roofvogels, zoals de Tawny Eagle en de Bateleur. Allebei mooie arenden, maar geen vrienden. We aanschouwen diverse schermutselingen. Dagelijks zien wij ook de Pale Chanting Goshawk, de Zanghavik. We horen regelmatig zijn repertoire, maar ik moet zeggen dat ik weinig van z'n nummers ken. Dat is waarschijnlijk wederzijds.

Bateleur en Tawny Eagle
Pale Chanting Goshawk

We maken kennis met twee Zuid-Afrikaanse journalisten op leeftijd, die er sinds jaar en dag een gewoonte van maken samen een bezoek te brengen aan het Kgalagadi park. Zij kennen dus alle ins en outs en alle routes. Opgewekt vertellen zij ons de volgende avond dat zij 5 Cheeta's hebben gezien. Dat niet alleen, ze waren ook getuige van een 'kill'. Voor het eerst in 40 jaar. We krijgen meteen de foto's te zien. Ik ben niet gek op journalisten. 'En jullie? Niks? What a pity. Wacht maar tot jullie naar Nossob gaan. Lots of predators there.' Waarschijnlijk werken ze voor Die Kaapse Telegraaf. Wij zien ook heus wel bijzondere dieren. Grondeekhoorns. Niks mis mee.

Ground Squirrel

 

Zien we dan helemaal geen 'predators'? Dat blijkt in deel 11......

 

27 Feb 2017

Zuid-Afrika deel 9 Fish River Canyon

Wij beginnen aan wat we zien als het hoogtepunt van onze reis: de trip naar het noorden. Hiertoe ruilen wij onze huurauto in voor een 4x4, een Toyota Hilux Double Cab. We krijgen uitgebreide uitleg over het gebruik van de '4-wheel drive', de koelkast met 2e accu en de dubbele benzinetank. Eén van 60 liter en één van 80 liter. Allebei helemaal vol. 'De bezinemeter begint pas te zakken als één van de twee helemaal leeg is en dan heb je dus nog een volle tank te gaan voordat een bezoek aan het tankstation nodig is' legt de opgewekte verhuurder uit. Het is een waar monster en wij voelen ons echte avonturiers als wij de eerste kilometers daarin afgelegd hebben. Voor de echte Zuid-Afrikaan is een dergelijk 'bakkie' dagelijkse kost, maar voor ons allerminst. We nemen overal voorrang, geven tegenliggers geen centimeter ruimte en lachen om snelheidsbeperkingen.

Blits met de Britz

 

We vragen ons wel af wat dat rare bord betekent met die doorgestreepte 'S' betekent. Misschien einde snelheidsbeperking. Als we weer een dergelijk bord tegenkomen stoppen wij daar even om het aan een lokale voetganger te vragen. Het blijkt een stopverbod aan te geven. Zo steken we steeds weer interessante dingen op. Ook interessant is het feit dat de benzinemeter al snel een dalende lijn inzet. Voordat wij Namibie inrijden rijden we toch maar even een tankstation binnen. 'Fill her up with diesel, please', roep ik enthousiast. Ja, voor hetzelfde geld gooien ze er limonadesiroop in. De meter begint te lopen en stopt pas na 128 liter. Er is duidelijk maar één tank gevuld geweest. Ontstemd bel ik het verhuurbedrijf en krijg nog wat gesputter over het wisselende verbruik en de 'dirt roads'. Ik moet maar even een fotootje maken van de kilometerstand en het tankbonnetje bewaren. Ze zullen nog wel zien. Ik gooi er nog een boze email overheen, en dan krijg ik toch een excuus berichtje terug plus de belofte dat dit geregeld wordt als ik de auto weer inlever.

We rijden Namibie binnen. Dat is nog niet zo simpel. Via een ingewikkelde constructie van looproutes, waar wij bij verschillende loketten dezelfde informatie dienen in te vullen krijgen wij tenslotte een stempel in ons paspoort. Na betaling van entreegeld uiteraard. Hoewel dat niet veel is zet het kennelijk een behoorlijke rem op het aantal bezoekers aan Namibië. Wij komen namelijk de eerste 100 kilometer niemand meer tegen. En dat op een eindeloos lange rechte weg met aan weerszijden helemaal niets. Droog, kaal, dor, ik zou het geen landschap durven noemen. Na een paar uur verlaten we de goed geplaveide weg en slaan een zandweg in. Nog 98 kilometer 'dirt road'. Maar ja een 4x4 en een dubbele, gevulde tank. Eitje.

 

Fish River Canyon, in Zuid-Namibie schijnt te zijn ontstaan door schuivende aardlagen, dus we rijden wat voorzichtiger dan voorheen. Het is een imposant gezicht, de diepe kloven met ver beneden ons een kronkelende bruine rivier. Bij het voornaamste uitzichtspunt is het aanvankelijk nog stil, maar dan komt de eerste bus aan. Duitse toeristen op een dagtochtje vanuit Windhoek. Foto's nemen, wandelingetje van 10 minuten naar uitzichtspunt 2 en dan de bus weer in voor de 3 uur durende terugtocht. Nog een paar jaar, dan mag ik daar ook aan meedoen. Heerlijk!

Fish River Canyon

 

Onze accommodatie ligt geweldig in een rotsige omgeving, waar zonder probleem de volgende western kan worden opgenomen. Aangenaam zwembadje, vriendelijk personeel. We hebben B&B geboekt, maar die beperking is slechts theoretisch bedoeld. Het dichtstbijzijnde restaurant is zo'n twee uur rijden. Dat is een eind terug na het eten. We schakelen dus naadloos over op vol pension, zoals iedereen die daar verblijft.

Nu dan eindelijk op weg naar het Kgalagadi Transfrontier Park, het fantastische natuurreservaat dat groter is dan het Kruger en waarin we ons tegoed gaan doen aan Leeuwen en Cheeta's. Of zij aan ons, dat bekijken we nog even. We hebben nog één tussenstop in Namibie in Keetmanshoop. De tegenstelling met ons vorige verblijf kan niet groter zijn. Shabby is de beste omschrijving. Het eten is niet slecht overigens. Wij krijgen Springbok geserveerd om ons vast een beetje in de Cheeta te verplaatsen. Ze hebben daar trouwens enkele Cheeta's, waarvan we geheel kosteloos het voederen kunnen bijwonen. Dat slaan we even over. In plaats daarvan bewonderen wij de talrijke Rosy-faced Lovebirds. Hierbij gaat het niet om mede-toeristen die te lang in de zon gezeten hebben, maar om kleine papegaaitjes. In de avond maken we de fout de buitenverlichting een tijdje te laten branden. Een grote groep insecten, van vaak afschrikwekkend groot formaat houdt onze deur bezet. Slechts met groot vertoon van macht en gezwaai met overhemd slagen wij er in binnen te komen. De deur gaat tot de volgende ochtend niet meer open.

Rosy-faced Loverbirds

 

18 Feb 2017

Zuid-Afrika deel 8 Rondom Kaapstad

Met zus en zwager bestijgen wij Chapman's Peak per auto en genieten van het wonderschone uitzicht. Hoog boven Hout Bay zien wij de toeristenboten naar Duiker Island varen om daar de talrijke zeehonden te bewonderen. Wij doen dat niet. Voorlopig hebben wij boot genoeg gezien.
J

Wij zoeken de dag daarna onze weg naar de Kirstenbosch Botanical Garden, ongetwijfeld één van de mooiste botanische tuinen ter wereld. Vooral als alles in bloei staat, het geen nu niet het geval is. Bij het oprijden van de parkeerplaats beseffen wij dat wij niet de enigen zijn, die deze dag hebben uitgekozen voor een bezoek. Gelukkig is de tuin enorm, dus de drukte doet zich niet zo voelen. Wij krijgen een plattegrond mee, waarop met cijfers de verschillende tuinen staan aangegeven. De 'Protea Garden', het Fynbos', het staat er allemaal duidelijk op. Mogelijk is er weinig contact geweest tussen de makers van de folder en de aanlegploeg van de tuin, want daar staan alleen maar letters aangegeven. Een aantal daarvan wordt ook nog dubbel gebruikt, want met zesentwintig letters ben je gauw uitgepraat. Maar we zien uiteindelijk wel de Orange-breasted Sunbird, ergens bij de F

We hebben nog drie dagen voordat wij onze auto gaan inruilen voor onze tocht naar het noorden. Nog even een stukje luxe dan. We vinden een mooie lokatie: een comfortabele cottage op een wijnboerderij met uitgestrekte landerijen.

De cottage komt inclusief hond. Een lieverd van het formaat kalf, maar wel erg opdringerig en hij verstaat slecht Engels en ook nauwelijks Afrikaans. 'Af, Braaf', 'Jij Moe Nie Slobber Nie', 'Down, you Moron' en 'Go Fuck Yourself' worden allemaal even goedmoedig genegeerd. Heerlijk relaxed beest.
Een deel van het land is gebruikt voor het uitzetten van Zebra's, Elandantilopen en Springbokken. Wij krijgen zelfs een heuse 'game drive' aangeboden om ze te gaan zien. Ederick, een jonge enthousiaste ecoloog, die pas sinds kort op het landgoed werkt, neemt ons mee in zijn landrover. Het dierentuingehalte is hoog, maar het enthousiasme van de gids vergoedt veel. Als hij onze interesse voor vogels ontdekt, vraagt hij gelijk om advies over het plaatsen van een schuilhut. Ik opper de mogelijkheid om dat bij een watertje te doen, maar dat valt af. Er is geen water. Hij bedenkt wel wat. Op ons tochtje zien wij één Slangenarend en verder geen enkele vogel. Maar de schuilhut gaat er komen, wacht maar. Als wij terug zijn print hij nog even zijn hele proefschrift over de ecologische bedreigingen van de Red Lark uit, één van die onidentificeerbare leeuweriksoorten, waarvan ik hoop dat ze snel op de rode lijst komen. Het is een degelijk stukje werk. Wij nemen het in de koffer mee, uiteraard. Op onze volgende lokatie zijn we vergeten het opnieuw in te pakken. Dat is wel weer jammer voor Ederick.

12 Feb 2017

Zuid-Afrika deel 7 Fishhoek (de zee op)

Van de idyllische rust in de Tides Lodge naar de drukte rond Kaapstad. Wij hebben een Selfsorg Akkomodasie geboekt in Fishhoek, op het Kaapse schiereiland. Omstreeks 4 uur arriveren wij in het plaatsje, tezamen met redelijk wat anderen, die zich na het werk per auto vanuit Kaapstad naar hun suburb spoeden. Dat 'spoeden' dienen we hier met een korrel zout te nemen. Het is even zoeken naar onze plek, maar het uitzicht daar doet ons de drukte een moment vergeten. Tot we boodschappen gaan doen. Per slot van rekening is het selfsorg en dan moet je eten in huis halen. De supermarkt, een Pick and Pay (ik vind dat een beetje raar: of je pikt het of je betaalt, maar niet allebei) is slechts een kilometertje hier vandaan. De heenweg gaat nog wel, maar terug komen wij opnieuw in een stroom Kaapstadvluchtelingen terecht. Over het kilometertje doen wij zo'n 40 minuten. We voelen ons ongelooflijk thuis hier.

Uitzicht Fishhoek

 

De volgende dag staat een zogenaamde pelagische tocht op het programma. Met een boot de volle zee op om daar albatrossen te gaan zien. Er is geen garantie dat de tocht doorgaat, want het waait vaak flink rond de Kaap. Daar kan de VOC over meepraten. We krijgen een mailtje dat het vanwege de voorspellingen 'touch and go' is, of we echt gaan. Maar om 5 uur komt het verlossend woord: it giet oan. Om 7 uur 's ochtends melden wij ons op de kade in Simon's Town. Aan de pier ligt een piepklein bootje 'Obsession' genaamd. We nemen wat foto's van onszelf en het bootje om aan de familie te appen. Kijk eens waarmee wij de zee op gaan? Een grap gaat er altijd in bij ons. Dan zien wij een ander bootje aankomen van exact hetzelfde formaat. De 'Destiny'. Wacht even, dat was toch de naam, die in de mail vermeld stond? Zeker, een grap is leuk, maar dit gaat wel ver.

De 'Destiny' (What's in a name...?)

 

Er is geen ontkomen aan. Zes vogelaars, een gids en de kapitein gaan aan boord en we steken van wal. De kapitein geeft ons een korte uitleg van de werking van het zwemvest en bergt dat vervolgens op een veilige plaats weg. We kunnen hem altijd om de sleutel vragen. Het eerste uur varen we door False Bay en dat voelt al redelijk onstuimig. Als we buitengaats gaan, varen we eerst door een ondiepte, waar de golven van overal tegelijk lijken te komen. 'We call this bit the washing machine', verklaart de kapitein opgewekt. Dan de Atlantische oceaan op. De golven zijn behoorlijk hoog en een Amerikaanse lotgenoot dumpt zijn ontbijt overboord. En later zijn lunch. En wat hij verder nog binnen heeft. Een grote groep dolfijnen zwemt en springt een tijdje met ons mee en af en toe vliegt er een stormvogel, de White-chinned Petrel, langs. Dan ontwaren we aan de horizon een vissersboot. Dat is waar we op hebben gewacht. Als we in de buurt komen, zeilt er een enorme Albatros langs. De Shy Albatross, volgens de gids.

Shy Albatross

 

Mijn eerste albatros ooit en wat een fantastisch gezicht, deze majestueuze vogel, met een vleugelwijdte van zo'n twee-en-halve meter. Het meest spectaculaire beeld komt als de trawler zijn netten binnenhaalt. Grote zwermen zeevogels, aangevuld met wat zeehonden, verzamelen zich om zoveel mogelijk visjes mee te pikken. De gids toont ons wel vier verschillende albatros soorten en diverse andere stormvogels. We kunnen behoorlijk dichtbij komen, maar fotograferen vanuit een hevig deinende boot is een hele uitdaging.

Indian Yellow-nosed Albatross

Op de terugweg raakt de gids extra enthousiast bij het zien van een 'Spectacled Petrel', een zeldzame stormvogelsoort. 'Our bird of the day', roept hij geëmotioneerd. De Amerikaanse jongeman kotst instemmend zijn laatste kruimels overboord. Na zeven uur hotsen en botsen meren wij weer aan. Het herstel gaat even duren, maar wat een tocht!

Spectacled Petrel

 

9 Feb 2017

Zuid-Afrika deel 6 Tides Lodge

Het afscheid van ons B&B in Wilderness betekent ook het (voorlopige) afscheid van de andere familieleden. Wij zeggen de Turaco's, Robin Chats, Forest Canaries en Sunbirds gedag en wachten even tot Sue en Phil , geheel zonder koffers, ook het trapje afgedaald zijn. Sue's nieuwe heup geeft haar daarbij een duidelijke voorsprong op Phil. Elke gast zwaaien zij hoogstpersoonlijk uit.

Greater Double-collared Sunbird

Het eerste gedeelte van de route, langs de N2 is weinig interessant. De snelheidsbeperkingen in Zuid-Afrika zijn heel helder. Hoe smaller de weg, hoe harder je mag. Met 120 km/u scheuren wij over een tweebaansweg langs hordes voetgangers en het lijkt mij niet dat we veel geraakt hebben. Af en toe staat er iemand enthousiast met een oranje vlag te zwaaien. Ik ken het schema van het Nederlands Elftal niet uit mijn hoofd, maar ik dacht niet dat ze nu een oefenwedstrijd hadden tegen "Bafana Bafana". Als wij genoeg afremmen om de borden langs de weg te kunnen lezen blijkt dat zij ons waarschuwen voor wegwerkzaamheden. Waarschijnlijk om de weg te versmallen.

Wij slaan af om ons op zo'n 40 kilometer 'dirt road' te storten. Het landschap om ons heen is droog en onafzienbaar. Het territorium van leeuwerik en kraanvogel. De leeuweriken zijn niet mijn favoriet. Ze zijn allemaal bruin. De ene soort onderscheidt zich enkel van de andere door een streepje meer of minder of een kuifje. Waarbij de veldgids dan vermeldt dat die vaak niet zichtbaar is. De kraanvogel is een ander verhaal. De mooiste kraanvogel van Zuid-Afrika is de 'Blue Crane', tegelijk de nationale vogel. Een elegante verschijning. Het mannetje doet zijn best om die elegantie te benadrukken door een soort onbeholpen dans uit te voeren, met wat stro in zijn snavel. Uitslover.

Blue Crane

Uiteindelijk brengt de dirt road ons op een oase temidden van dit dorre landschap. Onze cottage heeft een terras met een majestueus uitzicht op de Breede Rivier. Wij worden verwelkomd door twee 'Fish Eagles, Kingfishers' en 'Blacksmith' Kieviten. Wat een plek. We verzuimen 's avonds de ramen goed dicht te houden, waar een groep vliegende mieren dankbaar gebruik van maakt. Ik snap niet dat mieren zo nodig moeten vliegen. Als je zoveel poten hebt. We hebben gelukkig een klamboe. Alleen even niet op blote voeten het bed uit.

Uitzicht Tides Lodge
 
Blacksmith Lapwing
Blacksmith Lapwing

De volgende dag bezoeken wij De Hoop National Park. Uiteraard weer een twintigtal kilometers dirt road, maar daar laten wij het gas niet meer voor los. Eerst een vorstelijke capuccino met carrot cake in het restaurant en dan maken wij een wandeling langs de 'vlei'. Nee, geen vallei, maar een een baai met steile rotswanden. Aangenaam en rustig tot het moment dat mijn altijd attente echtgenote achter mij roept: 'pas op, een slang!' Een boze Cobra, met zijn imposante platte kop, heeft zich opgericht, maar besluit toch af te zien van een confrontatie. Ik kan ook behoorlijk boos kijken. Ik maak er een gewoonte van om elke reis tenminste één keer op een gifslang te stappen en dat hebben we nu dus weer achter de rug. De rest van de wandeling voert ons langs Bontebokken en Elandantilopen, die ons redelijk dichtbij laten naderen. Ze zijn prachtig en niet giftig, voorzover ik weet.

Bontebok
Eland