30 Mar 2016

Sri Lanka voor beginners deel 7

Een stevig ontbijt
Wij vervolgen onze reis naar een hotel in Tissamaharama. Ik kan dit inmiddels redelijk vlot uitspreken. Het is een aangename plek, waar wij een huisje betrekken dat uitkijkt op een groot open veld. Bijeneters jagen er vanuit een kaal boompje en regelmatig vliegen er Ibissen, Duiven, Zwaluwen en kleiner spul langs. Wij zullen hier 4 nachten blijven, om ons gelegenheid te geven het Yala en het Bundala Nationale Park te bezoeken en op de tussenliggende vrije dag te genieten van het zwembad en de tuin van het hotel. Waar trouwens ook prima vogelfoto's te maken zijn....

Indian Pond Heron (tuin van het hote)
Red-wattled Lapwing (tuin van het hotel)
Eerst staat Yala op het programma. Als wij om 6 uur bij de ingang arriveren staat er al een rijke collectie jeeps klaar om het park in te rijden. Yala is dan ook het bekendste reservaat in Sri Lanka, vooral te danken aan de luipaarddichtheid. Iedere lokale bewoner, die het zich kan veroorloven, koopt een jeep en biedt zich als safarigids aan. Er wordt tegen een fikse prijs een luipaardgarantie geboden, hoewel het natuurlijk af en toe lastig is om dat waar te maken. Daar hebben de gewiekste gidsen een simpele oplossing voor. Zij wijzen door de dichte bosschage naar een slecht zichtbare liaan en verzekeren hun klanten dat dit de staart van een luipaard is. Alle partijen gaan na afloop tevreden naar huis. Als onze eigen gids, na ongeveer drie kwartier, een toegangskaart heeft bemachtigd sluiten wij ons aan in de file om het park in te gaan. Dat klinkt erger dan het is, want het is een groot reservaat en de auto's verspreiden zich snel. Tot er ergens een luipaard gesignaleerd wordt. Dan komen vanuit allen hoeken ronkende jeeps aangesneld en proberen, zonder enig respect voor de andere liefhebbers, de beste plek te bemachtigen om een glimp van het roofdier op te vangen. Dat houdt zich overigens goed verborgen. Zo'n luipaard is ook niet gek. Wij besluiten al snel het slagveld te verlaten en zoeken wat rustiger paden op. Vogels zijn er genoeg. We zien meer dan 60 soorten, waarvan de Chestnut-headed Bee-eater wel ongeveer de mooiste is.

Chestnut-headed Bee-eater
Green Bee-eater (living up to its name)
Green Bee-eater

Als we terugkomen spreken we volgende dag nog een middagtochtje te maken en de dag daarna naar Bundala te gaan. Omdat we daarvoor heel vroeg moeten vertrekken willen we weer een 'packed breakfast' meenemen. ' Shall I order one for you, too?' vraag ik onze gids. 'Nonono, sir, no need' . Ok dat is duidelijk. Als hij ons de volgende dag ophaalt voor ons middagritje, heeft hij het formulier van het hotel bekeken en geconstateerd dat er voor hem geen 'packed breakfast' is besteld. Hij meldt dit enigszins verbaasd aan ons en herinner ik hem, licht geirriteerd, aan ons gesprek van de dag tevoren. ' No problem sir, no problem'.
Wij komen terug van ons ritje en ik vraag nogmaals: ' Shall I go to the reception and order breakfast for you now?' Nonono, sir, no need, no need'. Ik dring niet verder aan. De volgende ochtend om half zes vertelt hij ons op verongelijkte toon dat er geen ontbijt voor hem klaarlag. Ik ben best een geduldig mens, maar ik wurg hem ter plekke, snijd zijn lijk aan stukken en voer dat aan de krokodillen als 'packed breakfast'. 'No problem, sir', roept hij nog.Verder is de dag in Bundala prima, veel rustiger dan Yala en met minstens zo veel vogels.

Purple Heron
Bundala NP

Als wij de dag daarna weer vertrekken, richting regenwoud, maakt de gids het weer goed door ons langs een grote kolonie Vliegende Vossen te leiden. Vleermuizen met een spanwijdte van zo'n anderhalve meter. ' There is another colony ten kilometres from here. Shall I show you?' Nonono, no need', zeg ik.

Flying Fox

Flying Flying Fox (well, it is, isn 't it?)

18 Mar 2016

Sri Lanka voor beginners deel 6

Back to school
Onze route voert door Kandy, ook al weer een voormalige hoofdstad van Sri Lanka. De bekendste attractie hier is de ' Temple of the tooth', waar een hoektand van Boeddha bewaard wordt. Een redelijk forse hoektand, naar ons wordt verteld, maar gezien de grootte van het gemiddelde Boeddha beeld, verbaast ons dat niet. Volgens de overlevering heeft degene, die de tand in zijn bezit heeft het recht om over Sri Lanka te regeren. Dat voorkomt een hoop gedoe met verkiezingen. Wij zijn een beetje tempelmoe, dus wij laten deze bezienswaardigheid aan ons voorbijgaan en brengen een bezoekje aan een klein stukje regenwoud ergens aan de rand van de stad. Uda Wattakele. Ik verzin het niet. Zoals dat hoort in regenwoud is het donker en grijs. Wij maken een zo goed als vogelloze wandeling. ' No matter', zeg ik tegen onze begeleider. 'That is birding for you, sometimes you win, sometimes you lose'. Ik laat wel doorschemeren dat het laatste niet te vaak moet gebeuren.


Vervolgens gaan wij naar de Polwaththa Eco Lodge. Als er 'eco' in de naam een onderkomen staat, maakt een lichte ongerustheid zich van mij meester. Vaak is dat een dekmantel voor een volledig gebrek aan comfort en oplaadpunten voor de iphone. Het valt echter mee. Het huisje is inderdaad vrij spartaans, maar het ligt prachtig midden in het bos en er staat een prima bed. Een vriendelijke Sri Lankaanse jongen, die bij de lodge werkt, toont zich bereid met mij op zoek te gaan naar enkele van de bijzondere soorten, die op het terrein moeten voorkomen. Enthousiast loopt, glijdt en klimt hij me voor door de beboste hellingen en dat levert inderdaad een paar 'endemen' op. De Spot-winged Thrush, bijvoorbeeld. Een lijster, die geheel uit camouflagekleuren bestaat en zich dan ook nog het liefst ophoudt in de donkerste gedeeltes van het regenwoud. Mijn multifocale bril doet zijn best, maar, ondanks de indringende wijsvinger van mijn jonge gids, duurt het lang voordat ik hem eindelijk ontwaar. De resulterende foto's zijn dan ook niet de moeite waard om te laten zien.


Op aandringen van de eigenaar van de lodge, een Sri Lankaan getrouwd met een Nederlandse, sluiten wij ons aan bij een excursie naar de plaatselijke school, gevolgd door een ritje in de bus en een wandeling naar de waterval. Op school worden wij nieuwsgierig aangestaard door groepjes, in smetteloos witte uniformen gestoken, leerlingen. Wij begeven ons naar een lokaal om een Engelse les bij te wonen. We mogen daarna ook wat spreekvaardigheid oefenen met de leerlingen. Dan moet de juf wel weg, wordt ons verteld, anders doen de leerlingen geen mond open. Ik heb heel andere herinneringen aan mijn lessen. Ook wij zijn te intimiderend om de tongen los te maken. Misschien is dat omdat ze niet goed weten waar wij vandaan komen. Dat snappen we wel als we de plaat van Europa aan de muur bekijken. We hebben de oorlog kennelijk verloren.


De rest van de middag verloopt ontspannen, zij het dat de chauffeur van de lokale bus waarschijnlijk een gereïncarneerde formule-1 coureur is. De haltes ziet hij als hinderlijke pit-stops. Wij schatten in dat zijn volgende reïncarnatie niet ver weg is. Als hij maar niet vergeet uit te checken.

6 Mar 2016

Sri Lanka voor beginners deel 5

Tempels, tempels

De volgende ochtend trekken wij verder het binnenland in. Met de inmiddels vertrouwde routine worden tuk-tuks en brommers zonder omhaal klemgereden, aan de kant geschoven en achter ons gelaten. Dit heeft niets met haast te maken. Het vervoer kent zijn eigen kastenstelsel. Aan tempels is geen gebrek op de route, maar onze gids wil ons één speciale plek laten zien: de Isurumuniya Rock Temple. Niet vanwege de specifieke religieuze betekenis, maar omdat één van de grotten een grote kolonie vleermuizen herbergt. En dat klopt. Duizenden kleine vampiertjes, zich verschuilend achter de onschuldige naam 'fruit bats' hangen aan de wanden van de grot.

Lesser Fruit Bats

Natuurlijk bekijken wij ook de rest van de tempel. We hebben al betaald, tenslotte. Het is overal vereist dat je op blote voeten de ruimtes van de tempel binnentreedt en voorzichtig stappen wij dan ook de zondoorbakken stenen treden van de tempeltrap op. Wij voelen ons zeker zool mates op dit moment, maar de temperaturen komen de bestendigheid van ons geloof niet ten goede. Spijkerbedden zijn gelukkig niet dik gezaaid hier.

Indian Roller

 

Het hotel in Habarana blijkt een groot, doch aangenaam complex van huisjes te zijn met een zwembad dat uitzicht biedt op de beroemde Lion's Rock, een enorme rots met bovenop een fort en tempel. Een stroom van toeristen beklimt elke dag de 1200 treden naar boven. Ongetwijfeld overleeft een flink percentage de klim, maar ik waag me er niet aan. De directe omgeving van het hotel is heerlijk om wat in rond te wandelen. De rijstvelden en watertjes hebben een rijk vogelleven en aan het eind van de middag, in aangename temperaturen, zien we een groot aantal mooie soorten. Tevreden storten we ons daarna op het buffet. Met als gezelschap voornamelijk veel Chinezen. Voor het grootste deel chirurgen kennelijk, zo van de operatietafel weggerukt.

Tricolored Munia
Black Drongo
Indian Pitta

We besteden een hele dag aan het bezoeken van Polonnaruwa, de 1000 jaar oude ruïne stad, die ooit de hoofdstad van het land was. De bloedige historie heeft nog al eens tot wisseling van regeringszetels geleid. Met veel smaak vertelt onze gids ons over koningen, die slechts één dag geregeerd hebben, alvorens ze, meestal door een vertrouwd familielid, ingemetseld, van de muur gegooid, of vergiftigd werden. Een dynamisch volkje. De behoorlijk bijgehouden overblijfselen van de stad zijn meer dan indrukwekkend. Complexe architectuur met staande en liggende Boeddha beelden van soms wel 14 meter. Fotograferen mag, maar een selfie met Boeddha wordt al zeer respectoos gezien. Toch trekt zich niet iedereen daar iets van aan.

Polonnaruwa
Toch stiekem een selfie

De natuur is nooi ver weg voor onze begeleider. Hij komt ons opgewonden roepen om te kijken naar een paar apen, die zich in het dichte bladerdak van een paar bomen schuilhouden. Purple-faced Leaf Monkey. Nou ja, de basis dan. Het liefs giet de gids zijn gehele kennis over de flora en fauna over ons uit in de vorm van latijnse benamingen, compleet met ondersoorten. 'Trachypithecus vetulus monticola, sir' roept hij enthousiast. ' It is a subspecies. In the rainforest we have Trachypithecus vetulus vetulus' ik heb deze termen thuis opgezocht. Latijn was al nooit mijn sterkste vak en zijn Singalese accent maakt de namen even onverstaanbaar als een gemiddelde hoogmis. ' I see, very interesting' geef ik terug, zoals ik inmiddels doe bij alle uitleg, die volkomen langs mij heen gegaan is. Je leert wel te overleven tijdens zo'n reis. We zien de Purple-faced Leaf Monkey nog enkele keren tijdens de trip. Altijd met de volledige toelichting. Subspecies zijn een serieuze zaak.

 

Purple-faced Leaf Monkey

 

2 Mar 2016

Sri Lanka voor beginners deel 4

Wilpattu National Park

De volgende ochtend staan we om 05:30 uur gereed om onze safaridag in Wilpattu National Park te beginnen. Het is het grootste wildpark in Sri Lanka, zo'n 132.000 hectare groot. Zo'n getal zegt mij nooit zoveel, eerlijk gezegd en daar ben ik waarschijnlijk niet de enige in. Daarom wordt het ter verduidelijking vaak vertaald in voetbalvelden. Een voetbalveld is iets meer dan een halve hectare, afhankelijk van de ruimte, die de sponsor de spelers wil bieden, dus laten we voor het gemak 1 hectare afronden op 1 1/2 voetbalveld. Dat wordt dus 132.000 maar anderhalf, is 198.000 voetbalvelden. Het lijkt me een onwaarschijnlijk aantal, maar het scoren vandaag wordt ongetwijfeld een makkie. En dat terwijl er nauwelijks voetbal wordt gespeeld in Sri Lanka. Cricket wel, natuurlijk, maar het gaat wat ver om het ook nog in cricketvelden uit te rekenen.

Spotted Deer (Axis hert)

 

Asian Elephant

Wilpattu betekent ' Land van meren' en al gauw komen we aan bij het eerste water, waar zich allerlei ooievaar- en reigersoorten ophouden. In de overkant staat in de ochtendmist een Axishert. Toeristen uit Zandvoort zouden hier gelijk het geweer trekken, want hij lijkt verdacht veel op het bekende Damhert. De zandpaden zijn zodanig aangelegd, dat je altijd de zon tegen hebt bij het water, dus veel foto's gaan het niet worden hier. Maar mooi is het wel en het aantal vogelsoorten laat niets te wensen over.

Hanuman Langur

 

Tegenover onze gids laat ik me ontvallen, dat we weliswaar al veel mooie vogels gezien hebben, maar nog geen enkele endemische soort. Sri Lanka kent 33 endemische vogelsoorten, d.w.z. dat ze nergens anders ter wereld voorkomen. De droom van elke vogelaar is natuurlijk om zoveel mogelijk van deze soorten te zien. Er worden zelfs speciale vogelreizen georganiseerd om in twee weken tijd alle 33 te spotten. ' Cleaning up the endemics' noemt de hardcore twitcher dat. Uiteraard is dat geenszins ons doel, maar het kan geen kwaad om de gids een beetje scherp te houden. Zijn opluchting is dan ook groot, als we rond half acht de eerste endemic scoren: de Sri Lanka Junglefowl.

 

Sri Lanka Junglefowl

Een Nederlandse hobbyboer zal er misschien niet warm voor lopen, omdat hij een grote overeenkomst vertoont met de scharrelhaan, die hij vrijelijk rond heeft lopen, maar zo in de ongerepte bossen, waar hij eigenlijk thuis hoort is het een spectaculaire, bijna gouden verschijning. Wij beklinken het met een high five. En zo ook met de volgende endemen, die we dezelfde dag zien: Sri Lanka Woodshrike en Sri Lanka Green Pigeon. We merken dat de gids zich weer een beetje ontspant.

Golden Jackal

 

Eigenlijk is Yala National Park in het zuiden de uitgelezen plek om luipaaarden te zien, maar opeens wordt er jachtig gewenkt vanuit een jeep, die even verderop staat. Twee luipaarden, een mannetje en een vrouwtje bewegen zich langzaam en gracieus door het donkere regenwoud. Het vrouwtje staat een ogenblik stil en snel schiet ik een plaatje van haar omhooggeheven kop. Wat een heerlijke belevenis. En dan weten we nog niet eens dat we een uurtje later nog een luipaard meekrijgen, deze keer liggend op een open plek en even later zelfs overeind komend om zich in zijn volle glorie te laten zien. Het licht is vanwege het late tijdstip al wat aan het verdwijnen, maar er is nog genoeg voor een paar foto's.

 

Een bijna Afrikaans gevoel. Daar doen ook de jakhalzen en de buffels aan mee, die we onderweg zien. Bijna twaalf uur schudden in een oncomfortabele jeep over zandpaden vol kuilen levert een paar gebroken, maar gelukkige toeristen op. En onze gids straalt. 'This was a good safari, madam, sir, yes?' Wij beamen het van harte. Morgen zetten we hem wel weer op scherp.