1 Oct 2015

De Nederlandsche Vogelaer

Van een bevriende zwager kreeg ik een tijdje geleden het schitterende boek 'Nederlandsche Vogelen' van Nozeman en Sepp. Het eerste boek waarin de avifauna van ons land volledig werd beschreven en waaraan werd gewerkt van 1770 tot 1829. Fantastische, paginagrote platen vullen de bloemrijke tekst aan. Kunstwerkjes zijn het, hoewel de vogels in een wat stijve, bijna onnatuurlijke houding afgebeeld worden. De modellen waren dan ook opgezette exemplaren.
Volgens mij ga ik het hele vogelen anders beleven als ik dit boek als veldgids gebruik.

De alomvermaerde Nederlandsche Vogelaer speurt naar de Graeuwe Veld-Lyster
Als ik aarzel over een juiste determinatie word ik graag overtuigd door heldere zinnen als: ' 

De mannen zyn van de wyfjens niet te onderkennen, dan door hun Zang in de Lente. Jong uit het nest geligt en met de pen opgebragt zynde, worden deze Lysters zeer tam en leeren alles naefluiten.'

Dat ga ik dan uiteraard meteen proberen, al moet ik even nakijken hoe ik een lijster met de pen grootbreng. De zweep weet ik wel, ik heb ook mijn opvoedkundige plichten gedaan, maar een pen?


Dat wordt heerlijk rondstruinen met de nieuwe veldgids. Met een andere blik kijken naar alles wat zich als gevogelte aanbiedt. En grondig speuren, tot in de 'holligheeden van 't geboomte'. Want daar schuilt mogelijk een Allerkleinste Bont-Specht. En die wil ik voor geen goud missen. Zo'n zwager ook niet, trouwens.