5 Nov 2015

Het mag geen naam hebben

We hebben besloten een paar daagjes naar Texel te gaan. De weersverwachtingen zijn aardig en de najaarstrek brengt allicht wat interessante soorten mee. We vinden een onderkomen in De Cocksdorp. Aardige naam voor een vriendelijk dorpje in het noorden van het eiland, maar veel Engelse toeristen ga je er niet mee lokken. In de Slufter (ook al zo'n naam met maar één rijmwoord) volgt een weerzien met de mooiste leeuwerik van Europa: de Strandleeuwerik.

Strandleeuwerik

Later lopen we vanaf de vuurtoren over het eindeloos brede strand naar de branding. Daar scharrelen natuurlijk de ADHD-ertjes onder de wadvogels: Drieteenstrandlopers. Ik heb er een zwak voor. Ik slaag er zowaar in om er eentje in de vlucht te fotograferen.

Drieteenstrandloper

Uit zee komt een Grote Lijster aangevlogen. Een onverwachte bezoeker, die al heel wat kilometers boven de golven moet hebben afgelegd.

Grote Lijster

We blijven nog even staan in de hoop een voorbijvliegende Jan-van-Gent te spotten. Het gaat een beetje over namen, deze blog. Aanleiding is het besluit van Artis om nieuw-geboren dieren geen naam meer te geven. Niet langer Tanja, het Nijlpaard of Knud, de IJsbeer. Ik ben daar helemaal voor. Jan-van-Gent, hoeft voor mij niet. Vogel uit België zegt genoeg. Ik heb het al eens gehad over rangers in Zuid-Afrika, die het steevast over Pumba hadden, als er een Wrattenzwijn opdoemde. Ik erger me daaraan. De VerDisneysering van het dierenrijk. 'Doe mij maar de gestoofde Bambi met spruitjes'.
Misschien is het ook best een goed idee om pasgeboren kinderen geen naam te geven. Gewoon 'Kind 1' en 'Kind 2'. Spaart een hoop ellende met het uitkiezen van namen en vernoemen van schoonouders. Hoewel het natuurlijk later ook weer tot trauma's kan leiden: 'ik was altijd kind 2.....'
Voor mensen, die de pensioengerechtigde leeftijd gepasseerd zijn kan het in elk geval best. Die hebben hun nut wel een beetje gehad. Noem ze maar Profiteur 328, of Verpleegobject 17. Anders vermenselijkt het ze te veel. En dat maakt het weer moeilijk bij het ruimen.
Zo staan we wat te filosoferen aan het strand. Bij de Drieteenstrandlopers. Ook wel cru eigenlijk, die vogeltjes constant confronteren met hun handicap. Al zijn ze nog best snel.

Drieteenstrandloper


Een mug te ver

Wij bevinden ons in de Camargue. De Rhone delta, een land van water, riet en zoutpannen. En muggen. We hebben de kleine camping á la ferme weer opgezocht, waar we een paar jaar geleden ook enige tijd gestaan hebben. Het a la ferme aspect wordt slechts hooggehouden door een oude, doorgeroeste tractor en het feit dat het sanitair nogal basic is. Er is wel electriciteit aanwezig op de staanplaatsen en we kunnen zelfs kiezen uit de reguliere .... aansluiting een een eenvoudig stekkerblok, dat onder aan de paal geduldig op de eerste regenbui ligt te wachten. Wij kiezen voor optie 1, zodat de Duitse camper, die even later arriveert, gebruik moet maken van de tamelijk riskant ogende optie 2. Als je na een paar jaar terugkomt op dezelfde plek, merk je vaak dat het verloop van de tijd de herinneringen wat romantischer ingekleurd heeft dan feitelijk het geval was. Dat geldt zeker voor het aantal muggen. Op een Nederlandse camping kunnen muggen ook wel eens lastig zijn. Dat beperkt zich dan meestal tot de avond en een gezellig muggenkaarsje en enig licht spuitwerk zijn afdoende voor een toch aangenaam verblijf. De werkdag van de Zuid-Franse mug is aanmerkelijk langer. In een niet-aflatend vertoon van team spirit en vastberadenheid kleven zij de gehele dag aan je oren en het is slechts met de grootste moeite dat wij de slaaptent in elk geval mug-vrij kunnen houden. Maar goed, de vogels vergoeden veel. Opnieuw genieten wij van de onbeholpen en toch gracieuze Flamingo's en diverse reigersoorten. Wij zien Lachsterns die zich aan een ongebruikelijk dieet van libelles tegoed doen en langstrekkende Dwerg- en Reuzensterns. Net als in sprookjes zijn de reuzen beduidend groter dan de dwergen.
Flamingo


Reuzenstern

Lachstern
Wij besluiten om onze eerste avond te vieren met een etentje in het nabijgelegen restaurant. We bestellen het aantrekkelijk lijkende drie-gangen menu. Als hoofdgerecht kiezen we beiden voor gegrild kalfsvlees. Het is duidelijk dat de kalfjes al direct na de geboorte naar de slager verhuisd zijn, want de stukjes zijn dermate klein, dat het ook niet onmogelijk is dat we kalfs embryo's aan het nuttigen zijn.
Scharrelaar

Slechtvalk

De muggenplaag wordt in de volgende dagen zowaar wat draaglijker. Hier zorgt de mistral voor, die dagen achtereen een kille storm over de vlakke Camargue jaagt. Ik zou het ook wel weten als mug. Bij het ontbijt kunnen wij het stokbrood nog net grijpen, voordat het achter de wuivende rietpluimen verdwijnt. Ineengedoken gezeten achter de auto slagen wij er toch in voldoende voeding voor de ochtend binnen te krijgen. Tegen beter weten in zoeken wij aan het eind van de middag nog onze idyllische picnic ( ik weet het, dit woord is taboe verklaard door de VN commissie) plek op, maar de vogels laten het grotendeels afweten. Nou ja, op een jagende slechtvalk en een verwaaide scharrelaar na en dat is eigenlijk niet niks. Desondanks pakken wij de volgende ochtend onze spullen en vertrekken naar een windvrije Provence. En mug-vrij ook, trouwens. Daar draagt de Bidsprinkhaan aan bij...

Bidsprinkhaan



1 Oct 2015

De Nederlandsche Vogelaer

Van een bevriende zwager kreeg ik een tijdje geleden het schitterende boek 'Nederlandsche Vogelen' van Nozeman en Sepp. Het eerste boek waarin de avifauna van ons land volledig werd beschreven en waaraan werd gewerkt van 1770 tot 1829. Fantastische, paginagrote platen vullen de bloemrijke tekst aan. Kunstwerkjes zijn het, hoewel de vogels in een wat stijve, bijna onnatuurlijke houding afgebeeld worden. De modellen waren dan ook opgezette exemplaren.
Volgens mij ga ik het hele vogelen anders beleven als ik dit boek als veldgids gebruik.

De alomvermaerde Nederlandsche Vogelaer speurt naar de Graeuwe Veld-Lyster
Als ik aarzel over een juiste determinatie word ik graag overtuigd door heldere zinnen als: ' 

De mannen zyn van de wyfjens niet te onderkennen, dan door hun Zang in de Lente. Jong uit het nest geligt en met de pen opgebragt zynde, worden deze Lysters zeer tam en leeren alles naefluiten.'

Dat ga ik dan uiteraard meteen proberen, al moet ik even nakijken hoe ik een lijster met de pen grootbreng. De zweep weet ik wel, ik heb ook mijn opvoedkundige plichten gedaan, maar een pen?


Dat wordt heerlijk rondstruinen met de nieuwe veldgids. Met een andere blik kijken naar alles wat zich als gevogelte aanbiedt. En grondig speuren, tot in de 'holligheeden van 't geboomte'. Want daar schuilt mogelijk een Allerkleinste Bont-Specht. En die wil ik voor geen goud missen. Zo'n zwager ook niet, trouwens.



23 Sep 2015

Gieren en ander volk

Na door de Mistral en de muggen te zijn verdreven uit de Camargue, vestigen wij onze hoop op de Provence. We vinden een rustige camping bij Esparron. De campingbaas leeft met een blijde glimlach naar het eind van het seizoen toe en komt elke morgen langs voor een handdruk en een praatje. Meestal begin ik zelf met "Ça va?" Daar wil hij best op ingaan en ik kan dan net voldoende knikken op de juiste momenten om de indruk te geven dat we echt met een gesprek bezig zijn.

Klik op de foto voor het echte oogcontact..


Af en toe waag ik me aan een andere vraag, bijvoorbeeld over de gieren in de Gorges du Veron. 'Les vautours, oui !' Hij begint me omstandig uit te leggen waar ik die het beste kan zien: La Palud, sens unique,..... Dat gaat helemaal goed komen. Als hij eenmaal beseft dat mijn belangstelling naar vogels uit gaat, komen er meer aantrekkelijke opties tevoorschijn. Achter de 'reception' komt ook regelmatig een vogel, ach hoe heet zo'n beest ook al weer? Met zijn hoofd maakt hij rukkende bewegingen, die, gecombineerd met zijn luide 'tactactac' een bijna perfecte imitatie van een specht weergeven. Het blijft een mooie taal, dat Frans.



Zijn aanwijzingen leiden ons de volgende dag feilloos naar de 'Vautours'. Hoe hoger wij komen, hoe meer gieren we zien. Majestueuze vogels, die moeiteloos langs de rotswanden zweven. We hebben heus wel vaker gieren gezien, bijvoorbeeld in Spanje. Maar die zweefden dan altijd hoog boven ons en waren fotografisch daarom minder interessant. Het unieke aan deze plek is dat ze op ooghoogte voorbijkomen. Gieren op ooghoogte! Behalve in de bankensector maak je dat bijna nergens mee. Op zoek naar aas. Wij zorgen dan ook dat we af en toe bewegen, je weet maar nooit. Op één van de uitzichtpunten staat ook een jong stel aan de railing, met een hond. Niet aangelijnd, dus ik zie de gieren kijken. Zal ik een balletje in het ravijn gooien? Gewoon voor de foto? Ik doe het niet en knik het stel vriendelijk toe. 'Mooi he? Niet bewegen, dan komen ze heel dichtbij.'
Ik wacht er niet op.

29 May 2015

Vogelaars op Lesbos

Het Griekse eiland Lesbos is één van de 'hotspots' om in het voorjaar vogelaars te zien. Dan strijken zij in grote aantallen neer en blijven een aantal dagen pleisteren om vervolgens weer terug te keren naar hun broedgebieden. De beste tijd om ze te fotograferen is in de 'gouden uurtjes' van de vroege avond. Ze zijn dan moe van de hele dag fourageren en behoorlijk benaderbaar. Het zijn veelal mannetjes, die hier verblijven. De meeste in het kenmerkende camouflagekleed. Over de functie van de buitensporig grote lenzen, die zij meedragen zijn de biologen het nog oneens. Waarschijnlijk spelen zij een rol bij het paringsritueel.
Ik heb me dit jaar aangesloten bij deze voorjaarstrek. Want, het moet gezegd, vogels zijn er ook op Lesbos. En niet de minste. Van Blonde Tapuiten tot Zwarte Ooievaars, in alle kleuren en uitvoeringen. In de dagen dat wij op het eiland verblijven, slaag ik er in om 17 soorten te zien, die ik nog nooit eerder gezien had. Dat is op mijn leeftijd, met het wat beperkter wordende zicht, een mooi aantal. Dit is alleen voor mijzelf. Ik loop er niet mee te koop. De 'die-hards' hier zouden er smakelijk om lachen.

Zwarte Ooievaar
Steltkluten
Oostelijke Blonde Tapuit

Zo raken wij bij de Tsiknias Rivier even in gesprek met een vogelaar, die al een dag of vier op het eiland vertoeft. Wij vertellen enthousiast over de Balkankwikstaart, die we zojuist gezien hebben, maar hij is niet onder de indruk. Ook het noemen van Baardgrasmus, Buidelmees en Zwartkopgors leidt niet tot enige positieve respons. 'Oh, ja, die zitten er zat. Als ik die allemaal ga opschrijven. Die hadden jullie nog niet gezien?' Een doorgewinterde vogelaar, die de vervoering van de amateurs meewarig beziet.

Balkankwikstaart

Ralreiger
De Ralreiger noem ik niet meer. Ik weet wanneer ik mijn meerdere gevonden heb. Dan signaleert hij mijn lens. Die wekt wel zijn belangstelling. 'De nieuwe 100-400? Zo, die krijgt wel aardige reviews. Als hij maar niet dezelfde focus problemen heeft als die andere. Leuke lens, hoor, maar die heb ik wel drie keer teruggebracht voor calibratie. ' Hij blijkt het over de 200-400 lens van Canon te hebben. Die leuke lens kost zo'n elfduizend euro. Met een paar rake zinnen heeft hij zich neergezet als serieuze en kapitaalkrachtige vogelfotograaf. ' Mag ik even de mfd proberen?' Dat wist ik gelukkig. De ' minimal focus distance', dus de minimale afstand waarop je met de lens nog scherp kunt stellen. Handig met vlinders en die zijn hier ook genoeg.

Koninginnenpage

Voordat ik antwoord kan geven heeft hij de lens al uit mijn handen gepakt en begint aan wat ringen te draaien. ' Hij doet het niet, o, wacht dan moet ik even hier van 3 meter tot oneindig instellen.' Een beetje zenuwachtig, omdat zijn autoriteit nu wat te lijden heeft, draait hij de ring op deze stand. Uiteraard zonder resultaat. Hij krijgt de bloem, waarop hij scherp wil stellen, nog niet in focus. Voorzichtig wijs ik hem er op dat hij juist de andere stand moet nemen' full', anders stelt de lens pas scherp vanaf drie meter. Mopperend en inmiddels bijna zwetend verandert hij de instelling.' Mmm dat hebben ze dan veranderd. Typisch Canon. Bij de 200-400 was het precies andersom.' Onzin, natuurlijk; een zielige poging om nog iets te redden. Haastig geeft hij de lens terug en loopt weer naar zijn auto. ' O ja', roep ik  'en de Ralreiger, die hebben we ook nog gezien vandaag.' Dat voelt fijn.

Grauwe Gors
We hebben ook leuke ontmoetingen. Zoals met de bevlogen jonge fotograaf en zijn vader. Hij trekt er 's morgens vroeg op uit, met de fiets, om onder een camouflagenet de komst van het Klein Waterhoen af te wachten. En toont ons de prachtige resultaten op het schermpje van zijn camera. Heerlijk. Ik doe dat niet meer. Ik ben bang dat ze me dan na drie weken onder het net vandaan moeten halen, omdat ik niet meer overeind heb kunnen komen. Als ze me vinden natuurlijk, want het is niet voor niets een camouflagenet. Maar ik vind het fantastisch dat hij die moeite doet. Het aantal soorten dat hij met zijn vader heeft gezien op Lesbos is ook flink wat groter dan dat van ons. Maar ik denk dat we precies evenveel genoten hebben

Strandplevier
Sporenkievit
Voor meer foto's uit Lesbos: https://www.flickr.com/photos/64301924@N05/sets/72157652183468270

28 Mar 2015

The Force

Twee jaar geleden hoefde ik maar enkele minuten te lopen om een IJsvogel te zien. Vlak bij huis. In de oever van een kunstmatig aangelegd eilandje in onze grote plaatselijke stadsvijver was een paartje bezig een nest te betrekken. Als je even geduld had zag je er altijd wel één. Tot plotseling de baggerwerkzaamheden begonnen. Met veel lawaai van een onafgebroken actieve zuigschuit werd de rust van het naderende broedseizoen verstoord. De ingreep was ongetwijfeld nodig; mijn vertrouwen in de lokale overheid is bijna grenzeloos. Ik zag ook wel dat een beetje mammoettanker onherroepelijk vast zou lopen in onze plas, met alle nare gevolgen van dien. En over de timing is ook vast nagedacht. Maar de ijsvogels zijn vertrokken.


Vanochtend besluit ik tot een wandeling in een ander dichtbijgelegen stukje natuur. Ons 'bos', eigenlijk een stadspark en een overblijfsel van een oud landgoed. Maar ik zie meteen dat hier ook veel veranderd is. De plantsoenendienst is langs geweest. Nou ja, zo heet het allang niet meer. Het heet nu Aim Force, of zoiets. Maar de gevolgen zijn hetzelfde. Alle struiken en boompjes, die zich in alle dartelheid verstrengeld hadden, of iets te uitbundig gegroeid waren, kortom alles wat er natuurlijk uitzag, was met de grond gelijk gemaakt. Op last van de overheid. Die ochtend, op het gemeentehuis, was een bezorgde burger met verhit gezicht binnengevallen in het kantoor van het Hoofd Groencontrole en Groeibeperking. "Er zit wildgroei in het stadspark, kijk maar ik heb het op de foto...!' De ambtenaar trekt wit weg. Zijn declaraties komt hij altijd wel mee weg, maar dit kan hem de kop kosten. Wildgroei. In zijn portefeuille. Hij grijpt de telefoon en binnen twee minuten rukt de Fast Response Unit uit met groot materieel. Meedogenloos en efficient wordt er ingegrepen.


Vorig jaar broedde hier de Zwartkop. Maar het is wel veel overzichtelijker zo. Een ruimtelijker effect. En meer plek voor informatieve bordjes. Want natuur moet in de eerste plaats educatief zijn. En dat ligt niet voor de hand als je hier zomaar rondwandelt. Plantjes, struiken, vogelzang, allemaal leuk, maar zonder richtlijnen steek je er niet veel van op. Daarom verschijnen er steeds meer bordjes in het stadspark. Daarop kan je zien wat er normaal gesproken hier groeide en welke vogels je daarin vroeger kon aantreffen. Ik geniet met volle teugen.



Er steekt een fazant over, verdwaasd rondkijkend waar het struweel gebleven is. Ik verwijs haar naar loket 7.
We moeten de zaken niet erger voorstellen dan ze zijn. Op mijn verdere route kom ik zeker nog enkele overlevende struiken tegen en aan de rand van het park staat zelfs een complete boom. Voorlopig. De Bosuil, die ik er vorig jaar enkele malen zag, heeft het beleidsplan niet afgewacht. Hij wacht elders op nieuwe gemeenteraadsverkiezingen.




3 Mar 2015

Poldermodel

De Waterschapsverkiezingen staan weer voor de deur. Dat is altijd een spannende tijd. De aandacht op tv is wel wat overdreven (je zou bijna vergeten dat er ook nog verkiezingen voor de Provinciale Staten waren), maar het levert zinderende debatten op. Altijd goed voor een Brede Waterschappelijke Discussie. Wie herinnert zich niet de dijkgraaf van Hoogheemraadschap Polders Voor het Volk, die na zijn overwinning het publiek toeschreeuwde: ' Wie wil er minder water?' Emotionele momenten. Maar ja, het gaat ergens over.
Brandganzen ontvluchten de polder na de uitslag van de Waterschapsverkiezingen 2008

En nergens beseffen ze dat zo goed als in de polder. Daar zit het op het ogenblik vol met ganzen. Te vol, misschien, maar dat laat ik graag aan de politiek over. Veel Brandganzen vooral, die het ijzige klimaat in Groenland en Spitsbergen zijn ontvlucht, om hier de winter door te brengen. Als klein landje moeten wij wel opdraaien voor een groot deel van de opvang. Daar kan het Waterschap niet zo veel aan doen, dat is een Europees probleem. Ze hebben slechts een tijdelijke verblijfsvergunning, in het voorjaar moeten ze allemaal het land weer uit. Een paar illegalen blijven altijd wel hangen, maar de grote meerderheid keert terug naar hun broedgebied in het hoge noorden.
Op weg naar Groenland

Daar hebben ze het niet gemakkelijk. Ze broeden op de kale toendra's, waar het voedsel schaars is. En dat is nog het ergste niet. David Attenborough (ik heb het eerder over hem gehad) heeft voor het maken van 'Life Story' besloten dat het filmisch interessanter was, als ze hoog op de rotswanden zouden broeden. Iemand van de crew klimt dan naar boven met een mand vol geroofde kuikens en gooit die, op aanwijzing van David, één voor één over de rotswand naar beneden, zodat er mooie slow-motion opnames gemaakt kunnen worden van de arme donsballetjes, die botsend en stuiterend 80 meter omlaag vallen. Met zijn indringende stem beweert Attenborough vervolgens dat 60% van de kuikens dit avontuur overleeft, maar dat zijn gewoon stand-ins, die uit een ander nest gehaald zijn. Mooie beelden, dat wel. Ik heb hier allemaal geen bewijs voor, hoor, maar ik kijk nergens van op.
Ik ben even afgedwaald, maar als je regelmatig vogels kijkt in de polder, gaan dat soort zaken je aan het hart. Want er is veel mis. De Brandganzen gaan nog wel weg, maar er zijn andere exoten, die zich permanent gevestigd hebben. Canadese ganzen, bijvoorbeeld, grote, stoere vogels, die in Nederland steeds meer terrein winnen. Waarschijnlijk na de oorlog blijven hangen.
Canadese Ganzen

Of Nijlganzen met hun hese stemgeluid en lelijke, haast onbetrouwbare koppen. Zelfs Indische ganzen, mooi om te zien en nog klein in aantal, maar toch al enkele malen in opspraak geraakt vanwege agressief gedrag. Natuurlijk allemaal welkom, begrijp me goed, maar ze eten wel het gras weg voor onze eigen Hollandse Grauwe Gans. Daar ligt een taak voor de Waterschappen. Dus ik ga zeker stemmen. En misschien ook nog wel voor de provincie, als ik er aan denk.
Nijlgans
Agressieve Indische gans
Natuurlijk uitgezet

2 Feb 2015

Op droog brood

Januari is vaak niet de beste maand om er op uit te trekken, dus ik zit eigenlijk wat doelloos te googelen. Daarbij word ik duidelijk in de gaten gehouden. Eerder ingevoerde zoekacties komen regelmatig terug als advertenties op de meest uiteenlopende sites. De intelligentie daarvan wordt schromelijk overdreven. Een tijdje geleden kocht ik online een muziekstandaard. Google denkt nu dat ik er elke week wel één wil kopen en heeft niet door dat dit bij muziekstandaards anders werkt dan bij brood. In het voorjaar boekte ik vanwege ons bezoek aan Florida online een appartementje aan de kust. Viel nogal tegen en Florida-plannen zijn er in geen jaren meer, maar Google verwacht dat ik elk weekend overkom. Om dit online stalken een beetje in te perken, gebruik ik tegenwoordig af en toe een andere zoekmachine: DuckDuckGo. Die laat minder voetafdrukken na, schijnt het. Rare naam, natuurlijk, maar juist daardoor bedenk ik me opeens dat ik toch best even langs de lokale vijver kan lopen. Ik doe de vijver tekort, het is bijna een meer. Met veel eenden en meeuwen, vooral in de winter.
Kokmeeuw

Op de brug blijf ik staan. De aanwezige watervogels dobberen kalm op het wateroppervlak en niets lijkt dit vredige tafereel te kunnen verstoren. Dan arriveert er een enthousiaste moeder met een bijna even enthousiaste kleuter. Het kind heeft een plastic zak in de hand, waarin reeds de zorgvuldig opgespaarde restjes brood zichtbaar zijn. Als het eerste stukje het wateroppervlak raakt, breekt de hel los. Wilde Eenden en Meerkoeten racen om het hardst naar de voedselbank en tientallen meeuwen zijn plotseling in de lucht om zich te mengen in het strijdgewoel.
Waar is het..? Waar is het...?
Ze zullen toch niet alles al......!


Ik richt de telelens op de strijdende partijen, maar het is moeilijk om je temidden van deze chaos te richten op één vogel.De Meerkoeten winnen het in felheid van de Wilde Eenden, maar als er één een stuk brood bemachtigd heeft, wordt hij onmiddellijk op de huid gezeten door een aantal Kokmeeuwen, die de Koet eerst bijna verdrinken en zich vervolgens met zijn buit uit de voeten maken.
Vlug! Hou jij hem onder, dan pak ik z'n brood.

De kleuter heeft al weldra door dat hoe groter het stuk brood is, dat hij in het water gooit, hoe langer het gevecht duurt. Hij geniet zichtbaar.
Voor mij wordt het tijd om de IS in te schakelen. Dat moet ik misschien even toelichten. De IS bij een Canon fototoestel staat voor Image Stabilization. Volgens mij één van de weinige voorbeelden waarbij de IS tot een stabiel eindresultaat leidt. Ik richt mij nog even op de Kuif- en Tafeleenden, die zich liever neutraal opstellen in de strijd. Het brood is op en langzamerhand keert de rust weer. De kleuter en zijn moeder vertrekken. De oorlogsverslaggever met zijn telelens ook.

Tafeleend (vrouwtje)
Kuifeend