11 Sep 2014

Het hoge noorden

Het is een eind rijden naar het Lauwersmeer. Toch ondernemen we die expeditie een paar keer per jaar, want er valt meestal wel wat leuks te zien. Wat vogels betreft althans, want verder is het er vlak, winderig en dunbevolkt. We beginnen dan altijd aan de Groningse kant, waar we steevast een bezoek brengen aan de kijkhut aan het Jaap Deensgat. Vanuit een kijkhut, of schuilhut, kan men genieten van het vogelleven, zonder onze gevederde vrienden te verstoren of angst aan te jagen. En bij het Jaap Deensgat is het risico van verstoring helemaal uitgesloten. Slechts met een goede telescoop zijn aan de horizon wat stipjes te ontwaren, die bij de juiste lichtval als vogels zijn te identificeren. De aanleg van de hut is waarschijnlijk gefinancierd door Swarosovski. Toch lopen wij er altijd heen. Het is een ritueel. Bij een bezoek aan het Lauwersmeer hoort een bezoek aan het Jaap Deensgat. We zien ook deze keer niets.

We rijden via de dam naar de Friese kant en spoelen onderweg onze teleurstelling weg met een mooie tapuit.

Tapuit
Tapuit

 

Nee, dan de Friese kant. Wij staan op de heuvel bij Ezumakeeg, voelen de wind in onze haren en stellen de telescoop op. Jawel, ook hier. Maar de beloning volgt snel door prachtige beelden van Kemphanen, Bontbekplevieren, Kleine strandlopers en Watersnippen. Grote groepen Goudplevieren vallen binnen en doen hun naam eer aan als zij in bijna perfecte harmonie draaien, zodat het zonlicht op hun vleugels valt.

Goudplevier
Watersnip

Na de heuvel brengen wij een bezoekje aan de kijkhut bij Ezumakeeg-zuid. Vlak voordat we die bereiken, stellen we nog even de telescoop op om een waterplas te bestuderen. Slechts één enkele vogel scharrelt daar rond, maar na zorgvuldige bestudering roep ik enthousiast: " Een Gestreepte Strandloper!" Nu zijn veel Standlopers min of meer gestreept, maar deze in meer dan gemiddelde mate. Een bijzonder vogeltje, waarvan er elk najaar slechts een handjevol gesignaleerd worden. En nu dan door ons.

Wij spoeden ons naar de hut om nog wat dichterbij te geraken voor een foto. En dat lukt beter dan wij hadden durven denken.

Een andere bezoeker treedt de hut binnen en vraagt: "Nog strandlopers te zien?" " Jawel" roepen wij triomfantelijk," Een Gestreepte!"

"Ah, leuk", mompelt hij nonchalant en draait zich vervolgens om naar andere kant van de hut. Wij hangen hem op aan het koord van zijn verrekijker en dumpen zijn lijk in het hoge gras. Dan keren we terug naar onze zitplaats. Inmiddels arriveert een nieuwe fotograaf, die gelukkig onze waarneming wel weet te waarderen. Daarna toont hij ons een opname van een steltloper op het schermpje van zijn camera en vraagt wat wij denken dat hij gefotografeerd heeft. Hij twijfelt zelf. " Met zulke rode poten kan het eigenlijk alleen maar een Tureluur of Zwarte Ruiter zijn. En ik denk dat het de Zwarte Ruiter is". Hij kijkt me weifelend aan. " Nee, het verenkleed lijkt me toch te grof daarvoor." Hij zoomt zover in dat er slechts wat vage pixels overblijven. "Zie je?" Ik houd vol dat er eigenlijk geen andere opties zijn en laat hem het vogelboek zien. Hij is allerminst overtuigd. " Er zijn toch nog wel meer mogelijkheden, die niet in het boek staan?" Ik geef het op. Hij verlaat de hut en kondigt aan dat hij nog even op de heuvel gaat kijken. Daar krijgt hij vast een beter antwoord.

 

3 Sep 2014

Lessen van de Meester

Vandaag even naar de Lepelaarplassen geweest. Er staat daar een kijkhut, die uitzicht biedt op een fraaie plas, met in het midden een eilandje, waarop zich vaak Aalscholvers en Zilverreigers bevinden. Te ver voor een foto, maar leuk, qua uitzicht. Als je geluk hebt zwemt er af en toe een eend in de buurt van de hut en als je heel veel geluk hebt, landt een IJsvogeltje op één van de dode takken.

Uitzicht vanuit de kijkhut

Meestal is het er echter vrij stil, althans buiten de hut. Binnen is het een ander verhaal. Als ik binnenkom zijn er 4 andere fotografen aanwezig, 3 mannen en 1 vrouw. De vrouw heeft haar camera en telelens pas enkele dagen en bekent dat ze dus nog heel veel moet leren. Dat is aan geen dovemansoren gezegd. Een oudere heer heeft zich naast haar geinstalleerd, met een pak sap, wat versnaperingen en een fors kaliber telelens. Hij begint ogenblikkelijk een uitgebreide verhandeling over sluitertijden, diafragma, lichtval en compositie. De vrouw knikt een beetje angstig bij alle aanwijzingen.
"Kijk, hier" Hij houdt haar het LCD schermpje van zijn camera voor " Zie je, eigenlijk alleen maar een rietstengel, maar die gaat dus lekker diagonaal door het beeld en dan valt hier het licht zo mooi op" Voorzover ik het kon zien was het inderdaad alleen maar een rietstengel. Vrij prominent in beeld, dat wel. "Ja, je hoeft er niet van te houden, maar ik vind dat mooi". De vrouw haast zich te bevestigen dat zij er net zo over denkt. Ik zeg niets, maar richt mij op een Tafeleend en een Slobeend, die tijdens de les naderbij gekomen zijn

Tafeleend

Slobeend

Na de les is het even rustig, maar dan stapt er een andere heer op leeftijd naar binnen. Duidelijk een bekende van de Meester, want zij beginnen op luide toon een gesprek over vorige ervaringen in de hut. Beiden blijken afhankelijk van een gehoorapparaat dat duidelijk een mindere dag heeft. De kans dat de IJsvogel nog verschijnt lijkt mij minimaal, tenzij om te klagen over geluidsoverlast.

Als ik op het punt sta weg te gaan, glijdt een Knobbelzwaan op enige afstand voorbij. Ik heb al een hoop zwanen, maar ze blijven mooi. Ik knip dus nog even. "Dat is lastig met dit licht, zo'n witte zwaan", zegt de Meester, kennelijk tegen mij. Ik stel hem gerust met de mededeling, dat ik een volle stop onderbelicht heb, maar hij wil toch het resultaat even zien. "Mmm", bromt hij. "Da's nog vrij weinig, één stop" Maar ik mag toch weg.

Knobbelzwaan

2 Sep 2014

Draaihalzen en ander volk

Het is wel vreemd om de eerste schooldag niet op school te zijn. Niet dat ik gespijbeld heb vandaag, maar zo voelt het eigenlijk wel een beetje. Ik hoef niet meer. Ik mag niet meer. Tussen die twee gevoelens zweef ik. Naar buiten gaan werkt dan goed, zeker in de wetenschap dat mijn inmiddels ex-collega's die luxe optie niet hebben. Een wandelingetje in de Oostvaardersplassen leek een aantrekkelijk idee. Nou ja, niet zo zeer in de plassen zelf als wel op één van de wandelpaden, die naar de kijkhut " De Zilverreiger" voert. In dat gebied scheen gisteren een Draaihals gesignaleerd te zijn. Dat gebeurt daar in het najaar wel meer en ik heb dan ook wel eens een eerdere poging gedaan om deze zeldzame vogel daar te zien, maar tevergeefs.
Om ongeveer 9 uur parkeer ik mijn auto, steek de Oostvaardersdijk over en begin mijn zoektocht. Na slechts een hondertal meters vliegt er plotseling een bruine vogel over het pad, landt een seconde of 10 op een dode tak en verdwijnt vervolgens in de dichte bosschage. Mijn reflexen zijn zeker niet meer wat ze geweest zijn, maar deze 10 seconden zijn voor mij genoeg. Hieronder het resultaat. Ik ontmoet even later nog enkele andere vogelaars, die reeds sinds 8 uur op zoek zijn naar de Draaihals en het is altijd een fijn moment om te kunnen zeggen: " Hij is net weg, maar kijk, ik heb hem wel op de foto". Datzelfde is tenslotte vaak genoeg tegen mij gezegd...

Draaihals
Hier is te zien hoe de Draaihals zijn kleverige tong gebruikt om larven te halen uit de gaatjes in de stam.


Als bonus vind ik ook nog wat Baardmannetjes op mijn pad. Normaal reden genoeg tot enthousiasme, maar nu wat verblekend bij de Waarneming van de Maand. O ja en ook nog een Gekraagde Roodstaart. Vrouwtje, helaas ( niets persoonlijks, maar fotografisch had ik liever..).

Baardman

Gekraagde Roodstaart