10 Jan 2018

Naar Namibië

Wij hebben mooie plannen voor 2018. Het eerste plan is Namibië. Nog een paar weekjes, dan pakken wij het vliegtuig richting Windhoek. Dat klinkt wellicht als een dorp in het tochtige noord-oosten van Groningen, maar zo heet de hoofdstad daar. We gaan  vier weken rondtrekken in een ‘four-wheel-drive’, waarbij we tot in de verre uithoeken van het land doordringen. Van de spectaculaire zandduinen in het westen tot aan de uitlopers van de Okavango delta in Botswana. Ik laat onze belevenissen wel weer weten, als we ergens de beschikking hebben over wifi. Woeste, droge en goeddeels verlaten woestijnlandschappen stel ik me zo voor. Slechts 3 miljoen inwoners in een land dat zo groot is als Frankrijk en de Benelux samen. Na Mongolië het dunstbevolkte land ter wereld. In beide landen hebben ze het fileprobleem redelijk onder de knie.
Southern Masked Weaver

En ik hoop natuurlijk op veel vogels. Dat is uiteraard ook weer een mooi plan voor dit jaar. Zoveel mogelijk vogels zien. Ik houd dat allemaal nauwkeurig bij in een app. Vorig jaar heb ik 484 soorten gespot. Een record. Ik zal dat gelijk even in perspectief zetten: in 2016 reisde een Nederlandse vogelaar de wereld rond om het wereldrecord soorten, waargenomen in één jaar, te verbeteren. Hij scoorde een totaal van 6852. Daar zit ik nog niet helemaal aan. Maar wie weet dit jaar. 485 zou ook al fijn zijn.
Een ander plan is om het vogels kijken wat genderneutraler te benaderen dit jaar. Dat zal tijd worden. Ik ga het niet meer hebben over de Mannetjesmerel of de Winterkoning. Natuurlijk er is een mannelijke Baardman en een vrouwelijke Baardman. Maar waar is de ruimte voor de niet-geslachtsgedefinieerde Baardvogel? 
Baardmanvrouw

Baardmanman

En nog los van deze problematiek is er een hoop werk te verzetten in de vogelwereld om de gelijkheid tussen man en vrouw gestalte te geven. Nog altijd, jawel anno 2018 (!) is het de vrouwelijke huismus, die de zorg voor de eieren op zich neemt. Natuurlijk kan haar partner opscheppen over zijn papadag, maar dat is nauwelijks een werkelijke stap voorwaarts. Op IJsland lopen ze hierin ver vooruit. Bij de Rosse Franjepoot bijvoorbeeld, heeft de man de volledige zorgtaak op zich genomen. Hij blijft thuis om de eieren en kuikens te begeleiden. Eerlijkheidshalve moet ik daarbij wel vermelden dat met zijn naam een serieuze plek op de arbeidsmarkt wel lastig zou worden. Maar goed, hij doet het tenminste. 
Rosse Franjepoot


Kortom, plannen zat voor 2018. Eerst Namibië. Ik houd jullie op de hoogte.

29 Nov 2017

Sint overzee

November is hier niet de beste tijd om vogels te fotograferen. De mooiste zijn weg, het weer is grijs en ik vind het te koud. Het enige dat me warm houdt in deze tijd is de Pietendiscussie. Heerlijk. Geen enkele nuance bij beide kampen. En zo hoort dat in een discussie, die voornamelijk gevoerd wordt via de sociale media. Met enige weemoed denk ik terug aan mijn beginjaren als docent. Dat is heel lang geleden, ik weet het. Maar Sinterklaas was er al. Ik vond het leuk om daar in mijn lessen Engels ook enige aandacht aan te geven. Per slot van rekening heeft Sinterklaas ook in het Verenigd Koninkrijk een vaste plek. Althans dat vertelde ik mijn leerlingen. Nu zou je daar als docent niet meer mee wegkomen. Onmiddellijk zou dat op 32 mobieltjes gecontroleerd worden en Google zou mij meteen als leugenaar ontmaskeren. Dat kon destijds gelukkig nog niet. Oh, er waren wel wat twijfelaars, maar toen ik vertelde dat in het zuiden van Engeland uitgestrekte pepernootvelden waren en dat de bisschop van Myra daar altijd langsvoer om voorraden in te slaan voor zijn tocht naar de Lage Landen, was iedereen overtuigd.


Natuurlijk hebben ze aan de andere kant van het Kanaal ook Sinterklaasliedjes, dat hoort er bij. Ik beloofde mijn leerlingen dat ik de gitaar zou meenemen naar school en dat wij een les zouden besteden aan het zingen van de Britse liederen. Thuis sloeg ik ijverig aan het vertalen en een paar dagen later stond ik voor de klas met mijn krijtje de traditionele Engelse Sinterklaasliedjes op het bord te kalken. Ik had mij enige vrijheden gepermitteerd in de interpretaties, maar het resultaat mocht er zijn. Gezamenlijk zongen wij enthousiast de klassieker 'Zie, ginds komt de stoomboot'.

Behold how the steamboat is coming from Spain
The children are laughing, they don’t feel the rain
How joyful his horse jumps
Of its own accord
But I can’t help but wonder
Does it jump overboard

His servant is laughing and calling “watch out,
The sweet they get sweeties, the bad ones are out
They’re put in this bag here 
And carried to Spain”
How I wish I’d been naughty
For I can’t stand this rain

Het lijkt nu misschien ongelooflijk dat deze tekst zonder meer geaccepteerd werd, maar zelfs de vertaling van 'Zachtjes gaan de paardenvoetjes' deed geen wenkbrauwen fronsen.

Softly go the little horsefeet 
Triple, trapple, triple, trap
If it falls there will be horsemeat
Cripple, crapple, cripple, crap

Met droge ogen schreven de schatjes de tekst over in hun schriftje en zongen luidkeels mee. Geen kind dat mijn autoriteit in twijfel trok, geen ouder, die ongerust belde na de les. Nou ja, er zullen best sceptici tussen gezeten hebben, maar de status van docent was toen nog onaangetast. Dus ze zeiden niets. En daar maakte ik natuurlijk op een schandelijke manier misbruik van. Gouden tijden. Dat wel.

14 Jun 2017

Hongarije voor de liefhebber

Wij bevinden ons in Hongarije, een eind voorbij Boedapest. We hebben een onderkomen geboekt op een voormalige boerderij in het oosten van het land, tussen het Bükk gebergte en de Hortobagy. Een vogelgebied bij uitstek, befaamd om de vele spechten, Appelvinken en de majestueuze Keizerarend. Deze laatste moet het helaas zonder kennismaking met ons stellen. We hebben heus een tijd naar hem uitgekeken, maar hij kwam niet opdagen. Dan moet hij het zelf maar weten. De accommodatie wordt gerund door een Nederlandse bioloog en zijn Hongaarse echtgenote. Wij zijn niet de enige gasten: er is een groep Nederlanders neergestreken voor een fotocursus. Regelmatig komen wij ze tegen op onze dagtochten. Terwijl wij onbekommerd een voetpad volgen richting steppe, krijgen zij de strenge instructie door de knieën te zakken, diafragma 11 of 16 te kiezen, een stop overbelichting in te stellen en daarna het histogram te bestuderen. De cursusleider, een cynische vijftiger genaamd Eppo, gaat vervolgens op zijn gemak tegen een boom zitten om zijn leerlingen in de gaten te houden.

Bij de avondmaaltijd zien wij de groep weer terug. Eppo blijkt niet alleen deskundig op het gebied van fotografie. De cursisten hebben net een geanimeerd gesprek over ziektes en kwalen tijdens het nuttigen van de heerlijke Hongaarse ovenschotel als de leider ingrijpt.

'Weet iemand eigenlijk wat homeopaatsie is?' Hij kijkt vorsend rond. Eén onvoorzichtige cursist mompelt iets over 'de hele mens', maar Eppo kapt dat ferm af. 'Kijk, zegt hij, als ik één aspirientje neem en dat breek ik dan in heel kleine stukjes. Echt heel klein.' Met zijn duim en wijsvinger geeft hij aan dat het inderdaad maar om een armzalig restantje van een aspirine gaat. 'En dan neem ik één zo'n stukje en dat gooi ik in een emmer water. Nee, in een badkuip vol water. Nou dat vind je dan nooit meer terug'. Hij kijkt even rond of iemand hem tegen gaat spreken, maar de cursus duurt nog tot het eind van de week. ' Dat is nou homeopaatsie. Je kunt het medicijn op geen enkele manier meer terug vinden, maar het zou dan nog wel werken. Het water zou dan de eigenschappen van de aspirine overnemen. Homeopaatsie. Telkens als ik zo'n dokter Vogel hoor, denk ik, man wat een oplichterij.' De kans dat hij dokter Vogel nog gaat horen is vrij klein, want die is reeds twintig jaar geleden overleden, maar voor Eppo is hij springlevend. Een oudere cursist valt hem bij. 'Dus het is misschien wel suggestie. Hoe noemen ze dat ook weer? Een plaaseeboo. Misschien is het wel een plaaseeboo.' Zijn certificaat fotografie komt wel goed. De leider knikt hem welwillend toe. Het groepsgesprek kabbelt nog wat door over levenseinde en donorregistratie, maar de spirit is er uit.

Middelste Bonte Specht

Wijzelf hebben het prima naar onze zin. In de vroege morgen fotograferen we geheel zonder instructie spechten en ander spul vanuit een schuilhut in de tuin, 's middags wandelen we in de heuvels en bij het diner hebben we gezelschap van twee gezellige Zweden. Zij zijn hier voor de vlinders. 'What a strange group at the other table', is ook hen opgevallen. Dat zou dokter Vogel ook vinden, maar daar had hij vast een placebo voor.

Appelvink

 

Grote Bonte Specht
Boomklever

 

16 May 2017

Kemphanen in vele soorten

Na alle avonturen in het verre zuiden, richten we nu onze blik op het noorden. Niet zo extreem hoor, met de auto naar het Lauwersmeer gebied. Het is een eind rijden naar Groningen. Dat duurt behoorlijk lang. Bijna net zo lang als de paspoortcontrole op Schiphol, maar we mogen wel gewoon ons eigen flesje water mee. En het is de moeite waard. Door de telescoop bekijken we twee enorme zeearenden, die ver weg paniek veroorzaken onder de watervogels. Talloze eenden en steltlopers bevinden zich op het water en de slikken aan de Friese kant van het Lauwersmeer. Te ver weg voor een behoorlijke foto, maar alleen al het zien is fantastisch.






Er is eigenlijk maar één goede plek daarginds om te fotograferen. Een schuilhut aan de zuidkant van het gebied. Maar ja…. Nederland is een dichtbevolkt land. Gemiddeld 8,6 bezoeker per vierkante schuilhut. En die staan er al als wij binnenkomen, dus wij schroeven het gemiddelde flink op. De drie beste plekken, met direct uitzicht op het eilandje voor de hut, worden ingenomen door serieuze fotografen. De linker twee hebben een telelens met best een aardig bereik, maar daarnaast staat het echte werk. Een full-frame body (zowel de camera als de fotograaf) en een 600mm kanon, dat dreigend door het kijkgat naar buiten steekt. Zij staan er al een heel aantal uren, zo blijkt uit hun onderlinge conversatie. Voor de Kemphanen. Die zijn nu op hun mooist met kragen in allerlei tinten en heel af en toe waagt een enkel exemplaar zich tot dicht bij de hut. Nu even niet. een passerende slechtvalk heeft de meute opgejaagd en ze zijn een eind verder neergestreken.

Ik vind nog een stalles plekje aan de zijkant en installeer mij met mijn eigen foto apparatuur. Ik zeg nog even zachtjes dat er aan de linkerkant een Bosruiter staat, maar er volgt geen reactie. De ware professional praat niet met volk beneden de 500mm. Het staat ook te bezien of ze überhaupt een Bosruiter zouden herkennen. Waarschijnlijk menen ze dat het om een mythisch wezen uit In de Ban van de Ring gaat. En daar hoeven ze geen foto van.

De Professional gaat even naar buiten om zijn vrouw te bellen. Het geschut blijft achter om de plek bezet te houden. Het geheel doet denken aan een Duitse badgast met handdoek. Tot mijn vreugde landen er juist dan twee Kemphanen op het eilandje en scharrelen een aantal minuten rond binnen schootsafstand. Prachtig! 





Ze zijn net weer gevlogen als de Professional terugkeert. Hij laat zich niet kennen. ‘Ik heb ze er al mooi opstaan. Vanmorgen zaten ze heel dichtbij’, gromt hij knarsetandend tegen zijn buren. Ik klik een aantal malen een mooie bergeend, die zich aan de rechterkant baddert in het ondiepe water. De Professional schampert zachtjes iets over ‘wat die nou weer aan het fotograferen is’. Zijn discipelen knikken instemmend. Slechts een amateur schiet plaatjes van een Bergeend.



Dan komt er nog een fotograaf binnen. Weer zo’n enorme lens. Een andere bezoeker zegt vol ontzag:’ maar u bent toch…’. Gevolgd door de naam van een bekend vogelfotograaf. De man knikt minzaam. Dan wurmt hij zich zonder een woord tussen de Professional en mijzelf en legt zijn kanon op een rijstzak in het kijkgat.. Een Bekend Fotograaf heeft nu eenmaal recht op de beste plek. Ik heb nog een klein stukje zonlicht over en een nog kleiner stukje van de bank als hij zijn stevige zitvlak laat zakken naast mij. Hij probeert, ongetwijfeld tot verbazing van de Professional, ook nog een paar plaatjes van de Bergeend te maken, waarbij zijn lens mij elk uitzicht op buiten ontneemt. Met enige moeite draait hij zijn geschut weer terug naar het terroristengebied. Geen ‘mag ik even’, geen ‘pardon’, geen ‘dank u’. Dat hoeft een Bekend Fotograaf ook niet. Zijn blik op de wereld werpt hij slechts door zijn zoeker. Dan krijg je de beste foto’s. 

5 Mar 2017

Zuid-Afrika deel 12 Het eind in zicht

Nossob is een aardig restcamp, ook al met een eigen 'hide', die uitkijkt op een kleine drinkpoel. 's Avonds zien we daar in het halfduister hoe een Verraux's Eagle Owl (een heel forse Oehoe) een grote prooi bemachtigd heeft. Op een boomstronk gezeten heeft hij zijn klauwen gezet in iets dat op een Zwarte Ooievaar lijkt. Al lijkt op dit tijdstip natuurlijk alles op een Zwarte Ooievaar. Het arme slachtoffer beweegt eerst nog wel, maar niet heel lang meer. Fascinerend om te zien, al is het te donker om met de camera vast te leggen.

Verder is de omgeving van Nossob nog natter dan bij Mata Mata. Als de grote plassen op de zandwegen een beetje beginnen op te drogen ontstaan er grote zuigende modderplekken. Wij vertrekken naar Kieliekrankie en dan Twee Rivieren, ons laatste restcamp in het zuiden van de Kgalagadi. Ik nader één van de moddersporen, schakel over op de 4x4 modus en maak een keuze. Het linker- en rechterspoor zien er even slecht uit, dus ik ga voor de linkerkant. Net zoals ik altijd de verkeerde rij kies bij de kassa van Albert Heijn pak ik nu het verkeerde spoor. Ons Toyotamonster komt vast te zitten in de modder en we kunnen geen kant meer op. Na een uur komt de eerste auto langs. Sorry, no cable, good luck! De auto verdwijnt via het rechterspoor aan de horizon. Mijn echtgenote schept wat modder weg bij de achterwielen, terwijl ik speur of zij niet belaagd gaat worden door een leeuw. Mijn camera ligt natuurlijk ook klaar. Ik kijk nog wel of ik eerst roep of eerst een foto neem. Het wegscheppen van de modder is een bijna onmogelijke klus, maar gelukkig komt er uiteindelijk een auto met sleepkabel en behulpzame inzittende. Hij bevestigt de kabel aan onze 'bull-bar' (no problem, I've done this before) en trekt ons los. Naar later blijkt trekt hij ook de bull-bar los, maar wij kunnen verder.

Kieliekrankie is een fantastisch gelegen wilderness camp. Uitzicht rondom op de rode duinen, nou ja nu even groene duinen, en slechts 4 huisjes. De handige kampbeheerder bedenkt een tijdelijke oplossing voor onze losse bumper. De bull-bar zit nu steviger vast dan ooit en we halen zonder problemen Kaapstad.

Vanuit Twee Rivieren maken een paar mooie ritten. We ontdekken twee leeuwen, man en vrouw, die kort daarvoor een gemsbok hebben gedood. Een grote prooi, waar ze nog niet aan zijn begonnen. Je zou zeggen dat ze daar wel even van moeten bijkomen, maar de leeuwin maakt plotseling avances en een snelle paring volgt. Ja, zo'n kans krijgt hij niet elk weekend. Een half uurtje later gewoon nog een keer, ondanks de gluurders met die telelens. Ze hebben duidelijk geen idee hoe link dat is, met Facebook.

In de middag besluiten we het stel weer op te zoeken, want ze zijn vast nog bij hun 'kill' in de buurt. Ik heb wel een ander T-shirt aangetrokken om niet gelijk herkend te worden als die vent van de foto's. Dat helpt en we krijgen ze van heel dichtbij te zien als ze zich, na een bezoek aan de drinkplaats, op de zandweg neerleggen.

Ons geluk kan niet op als we even later ook nog het cheeta gezin van 5 terugvinden. Eerst alleen een paar kopjes op afstand tussen het lange gras, maar dan besluit de hele groep onze richting op te lopen en voor onze auto het pad over te steken. Eén voor één lopen ze het duin op en verdwijnen uit zicht. Pas dan halen wij weer adem. Wat een belevenis.

De laatste avond in het Kgalagadi park boeken wij een zgn 'sunset drive'. Met een ranger achter het stuur van de safari landrover en vier medepassagiers vertrekken wij rond half 7 voor een rit, die tot bijna half 10 zal duren. Dat is flink langer dan gebruikelijk, wat voornamelijk te danken is aan de 2 jongemannen die achter ons zitten. Italiaanse piloten met ogen als een havik. Als het donker wordt krijgen zij beiden een spotlight toebedeeld. Keer op keer weten zij door de korte reflectie van een paar ogen de nachtelijke bewoners van de Kgalagadi te ontdekken. Afrikaanse wilde katten, Kaapse vossen, een genetkat, drie soorten uilen, het kan niet op. Ik boek voortaan bij Alitalia.

Spotted Eagle Owl

Onze vlucht terug naar Nederland echter gaat nog met British Airways. Ook niet verkeerd, trouwens. Vooral het ontbijt, waar wij om 4 uur 's ochtends voor wakker geschud worden. Een dienblaadje vol warmgestoomde kauwgom. Ontzettend leuk, in allerlei kleuren. Eén brok is zelfs helemaal geel gemaakt om een omelet na te bootsen. Net echt. We landen met een glimlach op onze lippen. En een lege maag. Terug in Nederland. Voorlopig.

 

3 Mar 2017

Zuid-Afrika deel 11 Kgalagadi vervolg

Op de ochtend dat we uit Mata Mata zullen vertrekken wordt mijn echtgenote om 5 uur wakker van gebrul. Hoewel de gedachte aan een leeuw wel even bij haar opkomt, denkt ze inwendig glimlachend: dat zal het heus niet zijn, hier midden in Afrika. Misschien een brommer of zo'. Tevreden draait zij zich weer om en slaapt verder. Als om 6 uur de wekker gaat (ja, af en toe even uitslapen is verstandig), klinkt opnieuw gebrul vlakbij. Wij schieten in de kleren en haasten ons naar de schuilhut bij de drinkplaats. En jawel, wij zien nog net 3 leeuwen weglopen van de poel, waar ze zich het afgelopen uur prachtig hebben laten bewonderen. Althans volgens de aanwezige enthousiastelingen, die wel om 5 uur opgestaan zijn. Maar goed, wel onze eerste leeuwen en ons huwelijk loopt geen blijvende schade op.

We vertrekken voor de lange rit naar Nossob. Op aanraden van onze bevriende journalisten verlengen we de route zelfs om bij de zuidelijke waterholes op zoek te gaan naar de cheeta's. De waterholes hebben allemaal een eigen naam, varierend van Dertiende boorgat tot Marie se draai. Aan de westelijke kant heeft een door heimwee overmande Schotse ingenieur getracht de Highlands naar de Kalahari te brengen door ze Dalkeith, Montrose of Kieliekrankie te noemen. Qua regenval krijgen wij zelf ook een beetje het Schotse gevoel.

Wij draaien het paadje naar Dalkeith in en opeens zien wij een indrukwekkend grote leeuw langs hetzelfde pad lopen. Voorzichtig stuurt mijn wederhelft de auto langs hem heen, zodat ik van slechts een meter afstand, door het open raam foto's kan maken, Mijn telelens is meer berekend op ver weg zittende vogels, dus ik krijg zo ongeveer alleen zijn linkeroog in beeld. Een oog dat mij hongerig aanstaart. Wij besluiten een stukje verder te rijden om hem even verder weer op te wachten. Als wij de bocht om komen staan er zeven stevige landrovers langs de kant opgesteld. Uit elk raam steekt een telelens, die de mijne doet verbleken. Zij hebben de leeuw al eerder zien aankomen en hebben zich tactisch gepositioneerd om een prijswinnende foto te maken als imposante dier langs hen loopt. In plaats daarvan kunnen zij plaatjes schieten van onze vervuilde Toyota. De leeuw is intussen achter onze auto het pad overgestoken en verdwijnt over een zandduin. Dat vinden zij wel jammer, blijkt uit de verhitte reacties die ons ten deel vallen. Wij hebben hem in elk geval van heel dichtbij bewonderd, dus tevreden tuffen wij verder.

Een tijdje later we vinden inderdaad de beloofde cheeta's, een vrouwtje met 4 al aardig opgroeiende welpen. Pubers, schatten wij in. Ze liggen namelijk een eind van de weg in de schaduw van een boom een beetje te chillen en de enige actie die we zien is dat er af en toe één zijn kop omhoog steekt. Het enige dat ontbreekt zijn de mobiele telefoons. Je hoort hun moeder denken:doe eens wat nuttigs, heb je geen huiswerk of zo. Dit moet dan het snelste landdier ter wereld zijn. We klagen niet, natuurlijk. Vjf cheeta's tegelijk zien, waar gebeurt je dat nog? Onze dag is al helemaal goed.

 

En dan heb ik het nog niet eens over de vogelrijkdom, die zich elke rit aan ons presenteert: Tawny Eagles, Snake Eagles, Lanner Falcons, Kori Bustards, Gabar Goshawks, allemaal in behoorlijke aantallen en soms van verrrasend dichtbij te fotograferen. Nou ja, niet zo dichtbij als de leeuw, maar je weet hoe aanhalig katten zijn.

Lanner Falcon
Kori Bustard (Kori Trap)
Brown Snake Eagle

 

28 Feb 2017

Zuid-Afrika deel 10 Kgalagadi Transfrontier Park

Vanuit Namibie arriveren wij bij Mata Mata, één van de restcamps van het immens grote Kgalagadi Transfrontier Park en tevens een minuscuul grenspostje. De enige beambte van de grenspolitie zit aan een aftands bureautje in de receptie van het kamp. Omdat wij waarschijnlijk de eerste auto zijn die deze dag de grens passeert (en misschien ook wel de laatste), vindt hij het duidelijk zijn plicht om zijn taak serieus op te vatten. Na het uitgebreid bestuderen van ons paspoort, geeft hij aan dat hij de auto aan een inspectie wil onderwerpen.'You have firearms?', vraagt hij hoopvol. Dat spaart hem eventueel een hoop tijd. Na ons ontkennende antwoord vraagt hij ons het achterportier te openen. Zijn oog valt op de gitaar en gelijk verschijnt er een brede glimlach op zijn gezicht. 'You play guitar? Ah music, good, nice! ' Het portier kan weer dicht en de Uzi's en Kalashnikovs blijven onondekt in de bagageruimte.

Onze verwachtingen van het Kalahari gebied waren beelden van droge rode zandduinen, een verzengende hitte en drinkplaatsen waar dorstige Springbokken ten prooi vallen aan razendsnelle Cheeta's. Er is echter de laatste dagen een abnormale hoeveelheid regen gevallen en de woestijn is onwaarschijnlijk groen. Zo groen hebben wij het hier nog nooit gezien, vertellen wat doorgewinterde Kalaharibezoekers. Prachtig, natuurlijk, maar het maakt het spotten van roofdieren een hoop lastiger. Wij overwinnen met onze 4x4 menig stuk ondergelopen zandweg om bij een 'waterhole' te kijken, maar de dieren hebben een ruime keus aan allerlei alternatieven. Weliswaar zijn ze volgens de parkregels verplicht van de officieel daartoe aangewezen drinkplekken gebruik te maken, maar het anarchistische zootje antilopen stoort zich daar niet aan. Ze laten zich tenminste nog wel zien, de Gemsbokken en Hartebeesten. Zelfs de Gnoe's. De Leeuwen niet. De Cheeta's ook niet. En daar komen we voor.

Is het hier diep?

Elke ochtend staan wij om half zes op om onze ochtend 'game drive' te doen. Dat levert nog best mooie dingen op, hoor. Veel roofvogels, zoals de Tawny Eagle en de Bateleur. Allebei mooie arenden, maar geen vrienden. We aanschouwen diverse schermutselingen. Dagelijks zien wij ook de Pale Chanting Goshawk, de Zanghavik. We horen regelmatig zijn repertoire, maar ik moet zeggen dat ik weinig van z'n nummers ken. Dat is waarschijnlijk wederzijds.

Bateleur en Tawny Eagle
Pale Chanting Goshawk

We maken kennis met twee Zuid-Afrikaanse journalisten op leeftijd, die er sinds jaar en dag een gewoonte van maken samen een bezoek te brengen aan het Kgalagadi park. Zij kennen dus alle ins en outs en alle routes. Opgewekt vertellen zij ons de volgende avond dat zij 5 Cheeta's hebben gezien. Dat niet alleen, ze waren ook getuige van een 'kill'. Voor het eerst in 40 jaar. We krijgen meteen de foto's te zien. Ik ben niet gek op journalisten. 'En jullie? Niks? What a pity. Wacht maar tot jullie naar Nossob gaan. Lots of predators there.' Waarschijnlijk werken ze voor Die Kaapse Telegraaf. Wij zien ook heus wel bijzondere dieren. Grondeekhoorns. Niks mis mee.

Ground Squirrel

 

Zien we dan helemaal geen 'predators'? Dat blijkt in deel 11......